2
Posted 13/05/2013 by Donnie Darko in Tv/Film
 
 

Zombie Special Deel 3: Overdaad Doodt 1979-1989 (NSFW)


Dit jaar is het precies 45 jaar geleden dat Night of the Living Dead van grootmeester George A. Romero op de wereld werd losgelaten en onbewust een aardschok in het filmlandschap teweegbracht. Dit moet uiteraard gevierd worden met een reeks specials die zullen beschrijven hoe het zombiegenre geëvolueerd is doorheen de filmgeschiedenis. In deze reeks van artikels pogen we allerminst een compleet beeld te geven, dat zou onmogelijk zijn, maar jullie honger naar een vaak misbegrepen genre op te wekken. Na de start van het zombiegenre in 1932-1967 en de revolutie in 1968-1978 gaan we vandaag verder met de periode 1979-1989.

Hoewel Night of the Living Dead het zombiegenre voorgoed veranderde, zou Dawn of the Dead er pas voor zorgen er een vloedgolf aan films kwam met de levende, maar nog steeds rottende, doden in de hoofdrol. Onderweg zouden de zombies wel hun geloofwaardigheid verliezen in de ogen van het grote publiek en meer en meer een nicheproduct worden. Deels heeft dit te maken met het extreme geweld dat in de films getoond wordt, waardoor de hypocriete zielen onder ons de overduidelijke kwaliteiten van sommige films over het hoofd zien. Anderzijds moet ook toegegeven worden dat een groot deel van de producties ook meer voor shock value ging dan effectief poogde een goed verhaal te vertellen… Echte fans laten zich daar echter niet door tegenhouden en blijven deze periode in de zombiegeschiedenis nog altijd verdedigen, want er werden toen waanzinnig entertainende filmpjes gemaakt…

Forza Italia

Italië is altijd al een land van excessen geweest en hield ook oprecht van genrefilms, maar had ook altijd de neiging om populaire genres compleet dood te knijpen door de markt te overspoelen met films die soms van een erg bedenkelijke kwaliteit waren.

Het perfecte voorbeeld is ongetwijfeld Hell of the Living Dead (aka Virus Cannibale) uit 1980. Deze film van de Italiaanse Ed Wood (maar dan zonder het enthousiasme), Bruno Mattei dus, hangt werkelijk met haken en ogen aan elkaar. Bordkartonnen personages die de meest racistische, seksistische en gewoonweg stupide dialogen uitspreken, dan weet je het wel. Om dan nog te zwijgen over het overmatige gebruik van stock footage die duidelijk van een andere kwaliteit is dan deze gebruikt voor het filmen zelf. Het enige goeie aan deze film is eigenlijk de muziek, maar die werd ook al gestolen uit andere films… Enkel te bekijken voor de liefhebbers of op een dronken nacht met enkele maten rondom je. Voor de duidelijkheid, wij behoren tot de liefhebbers die dit soort films meerdere malen kunnen bekijken (met of zonder vrienden en/of drank). Het is echter niet allemaal kommer en kwel en een volledig genre mag niet afgerekend worden op de hoeveelheid bagger die er in geproduceerd wordt.

hell of the living dead

Hell of the Living Dead (1980)

Een film die al wat meer punten verdient, is dan zeker Nightmare City (1980) van Umberto Lenzi. Op een niet nader gespecifieerde Europese luchthaven wacht de Amerikaanse televisiereporter Dean Miller op een wetenschapper die hij zou interviewen naar aanleiding van een nucleair incident. Het militaire vliegtuig waar de wetenschapper zich op zou bevinden blijkt echter vergeven te zijn van bloeddorstige zombies…

Dat bloeddorstige mag je trouwens letterlijk nemen, want in Lenzi’s film is het zo dat de zombies bloed nodig hebben om te overleven. Er zit een nonsensicale pseudowetenschappelijke verklaring achter die we jullie zullen besparen. Het is trouwens niet het enige verschil met de wezens zoals we die kennen vanuit de Romero-films. In Nightmare City zijn de zombies ook sterker en slimmer dan normaal. Ze kunnen lopen, wapens gebruiken en alvorens zich te voeden, rukken ze de kleren van het lijf van hun vrouwelijke slachtoffers (tja).

Het paradoxale is dat er meer te genieten valt bij een slechtere film zoals Virus Cannibale. De regisseur van deze laatste, Mattei, zoekt immers graag (als het al bewust is) het kantelmoment op waar een film zo slecht in elkaar steekt dat ie weer goed wordt. Lenzi levert overduidelijk een film af die goed in elkaar zit – behalve dan de zombie effects, die zijn wel erg povertjes –, maar toch een beetje leven mist…

De meest productieve periode wat betreft Italiaanse zombieproducties loopt overduidelijk van 1979 tot 1981. In die drie jaar zouden zowel de klassiekers van het genre (meestal van de hand van Lucio Fulci) gemaakt en uitgebracht worden. Dat is, zoals reeds verschillende keren duidelijk gemaakt, compleet te wijten aan Dawn of the Dead, die door de broertjes Argento (Claudio en Dario) uitgebracht werd onder een andere titel, Zombi. Iets waar de Italianen altijd erg goed in geweest zijn is het uitbrengen van officieuze ‘sequels’ om mee te kunnen genieten van het succes van de grote internationale successen – iets wat het Amerikaanse productiebedrijfje The Asylum nu ook doet (denk maar aan Snakes on a Train, Transmorphers, The Da Vinci Treasure,…). Dit werd mogelijk door enkele lacunes in het transalpijnse auteursrecht. Romero’s meesterwerk zou het niet anders vergaan…

Zombi 2 (1979)

Zombi 2 (1979)

In 1979 besloot Fabrizio De Angelis dan ook de productie op te starten van Zombi 2, oorspronkelijk bedoeld als een project voor Enzo G. Castellari (Cold Eyes of Fear, Keoma, The Bronx Warriors). Uiteindelijk werd Lucio Fulci aangetrokken als regisseur die besloot om de film wat origineler te maken en niet enkel de Romero-formule te imiteren. Dit toont wel aan dat de man niet zomaar een regisseur is die een graantje wou meepikken op de rug van iemand anders… Vooral met zijn Gates of Hell-trilogie zou Fulci een reeks zombiefilms bij elkaar draaien die dan misschien niet zo vernieuwend mogen zijn als pakweg Night of the Living Dead, maar wel blijk geven van een eigen kijk op het genre. Een visie die zelfs de tand des tijds zou doorstaan en waar men nu nog vele woorden bij elkaar schrijft (dat is wel duidelijk).

Op basis van het simpele verhaal van Zombi 2 zou men nochtans niet echt verwachten dat deze film, en zijn regisseur, zo’n blijvende indruk zou nalaten.

Op het schip van een wetenschapper voor de kust van New York wordt een zombie gevonden. Peter West (Ian McCulloch), een journalist, reist met de dochter van die wetenschapper, Ann (Tisa Farrow), af naar de Antillen om te achterhalen wat er precies aan de hand is. Eens gearriveerd op het eiland Matul ontmoeten ze Dr. Menard (Richard Johnson), die een oplossing tracht te vinden voor de mysterieuze ziekte die het eiland in zijn greep houdt en de inwoners transformeert in zombies…

Niet veel soeps dus, maar het is in de structuur van de film en de beelden dat we het verschil moeten zoeken met Romero. Waar Night of the Living Dead, Dawn of the Dead, en ook de andere zombiefilms die tot dan toe uitgebracht werden, nog altijd op een heel lineaire manier de teloorgang van de beschaving beschrijven, toont Fulci niet alleen een wereld in chaos, maar laat hij je die ook voelen. Fulci geeft bewust tegenstrijdige verklaringen voor de origine van de zombies in deze film. Het personage van Dr. Menard is er tijdens een groot stuk van de film van overtuigd dat er een wetenschappelijke verklaring is voor het terug tot leven komen van die wezens. Dat het probleem, met andere woorden, een biologische grondslag heeft. Dit lijkt ook bevestigd te worden door het feit dat er in de film op gehamerd wordt dat de infectie zich verspreidt door de beet van een zombie. Een bacteriële of virale infectie verklaart echter niet waarom er op een bepaald moment in de film zombies uit de graven van Spaanse conquistadores komen. Daar lijkt gesuggereerd te worden dat het verstoren van gewijde grond de oorzaak zou zijn. Er zijn verschillende momenten in de film waar men kan argumenteren dat hetgeen gebeurt zijn oorsprong vindt in ofwel de wetenschap ofwel de theologie. Nu is het inderdaad zo dat Italiaanse genrefilms niet bepaald gekend zijn voor hun obsessie met continuïteit binnen hun films, maar hier is er wat meer aan de hand…

Bijna alle thema’s die je zou verwachten in een zombiefilm zijn aanwezig in Zombi 2. In plaats van te focussen op één of twee van die elementen – familie, staat, religie, wetenschap,… – vermengt Fulci al die zaken tot een geheel waar niets opgelost wordt, waar geen orde in de chaos gecreëerd wordt. De regisseur heeft geen schrik om de logica achterwege te laten om het gewenste effect, angst, te bereiken. Fulci begreep dat het belangrijkste aan het genre niet het verhaal of een bepaald plotpunt is, maar datgene dat echt de kern moet uitmaken van dit soort films, namelijk de ineenstorting van orde en begrip. Dit niet alleen in de beelden die het publiek te zien krijgt, maar ook in de manier waarop deze getoond worden zodat de film een echt viscerale belevenis wordt, die meer op een nachtmerrie lijkt dan op een echte film.

Zombie eye

Zombi 2 (1979)

Dit alles wordt nog meer duidelijk in wat zeker Fulci’s beste films moeten zijn, de Gates of Hell-trilogie. Drie films, telkens met Catriona MacColl in de hoofdrol, die misschien minder bekend zijn dan Zombi 2, maar wel het hoogtepunt van deze periode in de zombiegeschiedenis zijn.

De eerste in officieuze trilogie is City of the Living Dead (Franse titel Frayeurs, 1980), een film die door scenarist Dardano Sacchetti onterecht als een mindere film aanzien wordt:

Lucio [Fulci] contacteerde het productiebedrijf Medusa en stelde hen één van mijn oude ideeën voor, dat ik een beetje aangepast had. Om deze reden vind ik het ook één van de minst geslaagde films van de trilogie. Het is immers een combinatie van een wat ouderwets verhaal, een vervloekte stad, met een heleboel moderne elementen. […] City of the Living Dead is een film die we snel gemaakt hebben zonder er echt in te geloven, enkel om gebruik te maken van het momentum dat gecreëerd was met Zombi 2.

Het is inderdaad zo dat het verhaal – een man en vrouw proberen de opening van de poorten tot de hel te verhinderen in het stadje Dunwich op Allerheiligen – niet echt meer dan een aanleiding is om elke tien minuten de limieten van de goede smaak op te schuiven, maar de flair waarmee alles op het scherm gebracht wordt is toch wel bewonderenswaardig voor deze zogezegd minderwaardige film. Dat is echt wel de kracht van Fulci en zijn medewerkers; wat een opportunistische film had kunnen zijn, ombouwen tot iets interessant en uniek. Ook in het geweld dat je te zien krijgt, verschilt een Fulci-film van de andere Italiaanse films van de tijd. Waar Dario Argento en Mario Bava (Black Sabbath, Danger: Diabolik, Twitch of the Death Nerve) op een ‘hygiënische’ en erg fetisjistische manier omgaan met geweld (het zijn bijna opera’s), is dat bij Fulci compleet anders. Niets is mooi, alles draait om misselijkmakend bederf waar maden, rottend vlees en etterende wonden de hoofdrol hebben.

Over deel twee van de trilogie, The Beyond (Italiaanse titel L’Aldilà, 1981) is iedereen het er wel over eens: dit is één van de absolute hoogtepunten uit de Italiaans horrorgeschiedenis en dat ondanks het feit dat de zombies maar op het allerlaatste moment zijn toegevoegd aan het script (een eis van de Duitse distributeur). Naar aanleiding van deze film maakte Dardano Sacchetti, opnieuw scenarist, volgende erg interessante opmerking, een soort verklaring voor de kracht van deze film en Euro-Horror in het algemeen:

Er is één klein element dat de Angelsaksische cinema, horror in het bijzonder, onderscheidt van de onze [de Italiaanse cinema]: het katholicisme. Het probleem van het protestantse geloof is dat ze de zaken erg zwart-wit voorstelt. Zij stellen het Kwaad voor als iets dat een duidelijk gezicht heeft, denk bijvoorbeeld aan Moby Dick, een wezen (belichaming van al het slechte) dat zeker verslagen kan worden. Het katholieke geloof daartegenover onderdrukt/verdringt sommige zaken, de confrontatie met het Kwaad is nooit een rechtstreeks gevecht. Het slechte zit diep in ieder van ons, er is geen uitwendige component.

Dat wordt ook duidelijk in de drie films, er is niemand die aan de touwtjes trekt, niemand die ‘verantwoordelijk’ is. Zelfs de personages die gedeeltelijk gelinkt zijn aan het Kwaad ondergaan uiteindelijk het zelfde bloederige lot als de onschuldigen in het geheel, niemand ontsnapt.

the beyond

The Beyond (1981)

Zelfs kennis van wat er precies aan de hand is, kan je niet redden. Dat wordt ook duidelijk in het laatste deel van de Gates of Hell-trilogie, The House by the Cemetery (1981). Je kan je eigenlijk afvragen of dit eigenlijk nog een zombiefilm is, want er is er maar één en die blijkt dan nogal af te wijken van de norm… Italianen hebben immers altijd al de neiging gehad om verschillende genres te mengen (ook al was dat soms niet aangewezen). Zo ook bij House…, trefwoorden die van toepassing zijn: zombie, spookhuis, gekke wetenschapper, giallo, bovennatuurlijk, gore,… Het werkt. De kampioen van de hybride films blijft echter Zombi Holocaust (1979), met zijn combinatie van zombies en kannibalen, maar dit geheel terzijde.

Fulci zou in 1988 nog eenmaal terugkeren naar het zombiegenre met Zombi 3. Hij zou de film echter niet kunnen afwerken door ziekte. Bruno Mattei, je herkent de naam ongetwijfeld nog, zou de regie verder voor zich nemen of beter gezegd verknoeien, want hij hield niet echt rekening met wat voorheen gefilmd werd. Bij het bekijken van de film valt het ongelooflijk op wat door Mattei en wat door Fulci werd gefilmd, naast de overgang van morbide sfeer en puur amateurisme kan niemand kijken. Het zou ook meteen het einde inluiden van een gouden tijdperk…

Lees verder op pagina 2…

gates of hell

Gates of Hell trilogie

Comments

comments


Donnie Darko

 
avatar
Grr. Arghh!