4
Posted 06/11/2012 by Axel in Columns
 
 

Tussen Vroeger En Nu #10.6: Ger Apeldoorn (Gé Apeldé) over Juniorpress

Onze laatste persoon moet ik de oudere lezers van Juniorpress eigenlijk niet voorstellen. Gé Apeldé is nog steeds een begrip wanneer het over de uitgever gaat. Het was niet gemakkelijk om hem te strikken, maar voor Brainfreeze keerde hij graag terug in de tijd.

Beste lezers, het laatste interview kondig ik met enige trots aan:

Deel 6: Interview met Ger Apeldoorn

Stel jezelf eens voor?

Mijn naam is Ger Apeldoorn. Ik verdien mijn geld als schrijver van televisieseries. In de afgelopen dertig jaar heb ik samen met Harm Edens de series Laat Maar Zitten, De Vlaamse Pot, De Sylvia Millecam Show, Sam Sam, Zonnetje in Huis, Baantjer, Hij en Julia, Gemeentebelangen en Samen geschreven. Mijn laatste serie was S1ngle voor Net 5, die ik maakte met Wim Bax. Daarnaast ben ik altijd een grote stripliefhebber geweest. Ik begon op de middelbare school als vertaler van Mad Magazine, vertaalde twintig jaar lang Amerikaanse comics voor Juniorpress en de laatste paar jaar schrijf ik strips en artikelen voor Eppo. Ook was ik jarenlang redactielid van het stripinformatieblad Striprofiel en schrijf nu nog regelmatig voor Stripschrift en diverse Amerikaanse bladen, zoals Alter Ego. Je kunt mijn naam ook tegenkomen als hoofd van de commissie die ieder jaar de Stripschapprijzen uitreikt.

Hoe ben je bij Juniorpress terechtgekomen?

Als jonge stripfanaat kwam ik in aanraking met het stripinformatieblad Striprofiel. Nadat ik op een paar interviews was mee geweest, begon ik artikelen te schrijven en werd ik al snel gevraagd om lid te worden van de redactie. Samen met Maarten de Meulder, Rudy Vrooman, Michel Nadorp, Frits Jonker en Meerten Welleman kwamen we iedere maand bij elkaar om over strips te praten en ook nog even een tijdschrift te maken. Meerten Welleman was toen al redacteur bij Eppo en hij vroeg op een gegeven moment of er iemand was die voor Oberon Spider-Manpockets kon vertalen. Ik was tot dan toe nooit zo’n comicsfan geweest, maar als fanatieke volger van Mad en Amerikaanse tv-series als Cheers en Hill Street Blues en iemand die eigenlijk alleen maar Engelstalige literatuur las, was ik wel ingewerkt in de taal en de cultuur. Ik bood mezelf aan en na een gesprekje met hoofdredacteur Frits van der Heide mocht ik aan de slag. Dat was nog best moeilijk, in het begin. Maar langzamerhand begon ik de smaak te pakken te krijgen. Met name het kort houden van de teksten zodat ze in de ballonnetjes pasten was moeilijk, iets waar ik tot op de dag van vandaag moeite mee heb. Na een aantal pockets besloot Oberon ermee op te houden en gingen de Marvelstrips over naar Juniorpress. Daar was ik dus eigenlijk vanaf het begin af aan bij betrokken als vertaler. Eerst werkte ik nog met de toenmalige uitgever (wiens naam mij na al die jaren ontschoten is) maar al snel had ik enkel en alleen te maken met Ans (later Anna) Loos – die toen al een stuk ouder leek dan ik, hoewel we in feite maar weinig verschillen qua leeftijd.

Voor Juniorpress werkte ik eerst aan Spider-Man, maar daar kwamen al snel zoveel andere titels bij dat ik Spidey aan anderen overliet. Ik had meer met de zich toen net ontwikkelende wereld van de mutanten. Op die manier heb ik de geboorte van het Claremont X-universum meegemaakt. Vergeet niet, dat de X-Mannen de enige serie is, waarbij de verfilming zich niet op de beginjaren van Stan Lee en Jack Kirby richt, maar eerder op de herstart door Chris Claremont (en Len Wein) uit de jaren zeventig. Ik heb de geboorte van Wolverine meegemaakt, hoewel ik waarschijnlijk niet zijn eerste optreden heb vertaald. Dat was in de Hulk en die werd vertaald door een andere Striprofiel-medewerker, Joost Timp (de zoon van de legendarische televisiepresentatrice Mies Bouwman).

Met het vertalen bekostigde ik mijn studie Theaterwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Na het tweede jaar was ik in staat om de studiebeurs te laten vallen en het verder op eigen kracht te doen, wat me later nog een hoop terugbetalen heeft gescheeld. Toen ik klaar was met de studie, ben ik televisieschrijver geworden. Door het vele vertaalwerk, had ik een handigheid gekregen in het gebruik van dialoog en daar heb ik eigenlijk mijn hele werkende leven voordeel van gehad. Omdat ik het contact met de strips niet kwijt wilde raken, heb ik het vertaalwerk er altijd bijgehouden. Vooral het maken van de brievenpagina’s was een hoop lol.

Was je voordien een comiclezer?

Nee, ik was een fan van Mad en een fan van Amerikaanse krantenstrips als B.C., The Wizard of Id, Peanuts en Tumbleweeds. Die twee liefdes zijn eigenlijk altijd gebleven en dat zijn ook de onderwerpen waar ik op mijn blog (allthingsger.blogspot.com) nog steeds het meeste aandacht aan besteed. Ik ben nooit een grote fan geweest van superhelden. Misschien dat ik daarom wel een natuurlijke affectie had voor het werk van Chris Claremont, de eerste schrijver die de superhelden niet schreef als testosteronbommen, maar als echte mensen met echte problemen. Claremont is een vergeten genie, die met zijn werk heel veel televisieschrijvers van de jaren negentig en later heeft beïnvloed. Joss Whedon, de schepper van Buffy the Vampire Slayer heeft zelfs gezegd, dat zijn series (waaronder Astonishing X-Men uit 2004) niet mogelijk waren geweest zonder het werk van Claremont.

Heb je voor andere uitgevers gewerkt?

Ik heb van alles en nog wat vertaald door de jaren heen. TV-series, toneelstukken, zelfs Franse strips. Maar het valt in het niets vergeleken met mijn werk voor Juniorpress.

Vele lezers zijn benieuwd naar de eerste jaren van Juniorpress. Wie besliste om de comics te gaan uitgeven?

In principe werd Juniorpress helemaal gerund door Ans Loos. Maar ze luisterde wel naar haar vertalers. Ik geloof dat ik diegene ben die die stijl van werken heeft gezet. De uitgeverij kreeg altijd alle comics uit Amerika en het was mijn taak om die allemaal door te nemen en Ans te helpen met advies over welke titels wel en niet uitgebracht moesten worden. Zo kan ik me herinneren dat we vrij vroeg een crossover tussen Daredevil en de Hulk hebben gedaan, met tekenwerk van Frank Miller. Daar was geen reeks voor, dus hebben we een speciale reeks gestart om dat te kunnen doen. De bedoeling was om te kijken of Daredevil genoeg lezers zou trekken om z’n eigen serie te krijgen. Ik geloof niet dat dat er ooit van gekomen is. Als fanatiek lezer zag ik vrij snel dat het werk van Miller heel bijzonder was en ik deed er alles aan om dat naar Nederland te halen. Toen ik later minder tijd had voor het vertaalwerk en er andere mensen bij moesten komen, heb ik een aantal van de trouwe brieflezers naar voren geschoven. Allereerst natuurlijk Olav Beemer, wiens fanatisme voor dit werk het mijne zelfs overtrof. In het eerste jaar heb ik hem nog begeleid en een aantal van mijn vertaaltrucs aan hem overgedaan. Maar hij was een natuurtalent, die mijn hulp niet nodig had. Hij was minstens net zo ingelezen als ik, dus ook hij kon Ans vrij goed adviseren. Later kwamen daar mensen bij als Peter de Bruin en Sytse Algera, die samen zelfs een blad over comics hadden.

Wat waren de leukste opdrachten?

Het leukste was het lezen van alle series en het uitvogelen van welke comic in welke titel uitgegeven moest worden. Ik heb veel van Ans geleerd over publieksgericht werken en het nemen van weloverwogen risico’s. Je kunt niet zomaar alles uitgeven en als je al een keer een gokje waagt, moet je heel goed weten waaraan je begint. Olav zijn liefde voor de titels van Image Comics heeft zo tot een hele succesvolle run van Spawn geleid.

Maar als ik terugkijk op alle titels, dan blijven de best geschreven strips mij het meeste bij. Dat zijn de X-Mannen door Chris Claremont en de veel minder vaak genoemde, maar minstens even interessante, run van John Byrne op de Fantastic Four. Het verhaal waarin Johnny Storm zich moet verantwoorden voor de zelfmoord van een kind dat zichzelf in brand had gestoken om op hem te lijken, maakte grote indruk op me.

Wat waren de minst leuke opdrachten?

Chris Claremont had er een handje van om veel tekst te schrijven. Ik herken dat, ik heb zelf die neiging ook. Maar om een ballon met drie zinnen zo te vertalen dat het niet te lang werd, was soms knap moeilijk. Meer dan eens moest ik woorden gaan tellen om te weten of het een beetje in de buurt kwam. Ook had ik niets met de gehypte X-Men #1 door Jim Lee of de deeltjes die daarop volgden. Lee is een imposante tekenaar, die met hoge regelmaat pagina’s maakte die niet te volgen waren.

Wanneer had je het gevoel dat Juniorpress succesvol werd?

De comics hebben altijd goed genoeg gelopen om door te kunnen gaan en er is nooit een kapitaal mee verdiend. Het echte geld werd verdiend met toevalstreffers als een fanuitgave van K3 of gelijksoortige kinderuitgaven.

Wie lanceerde het idee van de lezersbrieven en de redactionele noot?

Van wie het idee voor de brievenpagina was, weet ik niet. Maar ik heb het idee dat hij er vanaf het begin af aan geweest is. In ieder geval heb ik er vrij snel mijn eigen toon en vorm aan gegeven. Als Neerlandicus heb ik altijd al een hekel gehad aan spelfouten of mensen die niet in staat zijn om te zeggen wat ze bedoelen. Omdat alle brieven met de hand overgetypt moesten worden, verbeterde ik dus voortdurend zinnen en spelfouten. In de antwoorden probeerde ik de lezers zo hard mogelijk aan te pakken. Als je oud genoeg bent om een brief te schrijven, dan ben je ook oud genoeg om een volwassen antwoord te krijgen. Natuurlijk zat er wel eens een jochie van tien of twaalf bij en dan hield ik me in. Maar als je zestien bent, dan wil ik niet lastig gevallen worden met domme vragen of stomme meningen. En dat liet ik blijken ook. Ik geloof dat ik daardoor een groep trouwe lezers heb opgebouwd, die net zozeer het blad bleven volgen voor de strips als om te zien of hun brief erdoor gekomen was. Schrijven en zeggen wat je bedoelt vind ik nog steeds belangrijk en de meeste brievenschrijvers mogen blij zijn dat ik hun leraar Nederlands niet was.

Wat is jouw mening over de hedendaagse comics? Volg je deze nog?

Zolang ik de comics vertaalde las ik alles wat Marvel uitgaf en het merendeel van Image en DC. Ik heb hier nog hele dozen staan met alle comics van Image en hele series van Malibu, Valiant, Dark Horse en wat al niet meer. Toen het vertalen wegviel, ben ik langzamerhand steeds minder superheldenstrips gaan lezen. Ik was er toch al niet zo’n fan van en de trend van de laatste jaren in de richting van groter en heftiger, doet mij weinig. Toevallig heb ik laatst een jaar lang alles gekocht van DC’s New 52 en ik vind het afgrijselijk. 52 nieuwe helden die allemaal de grootste en de sterkste en de gemeenste willen zijn. Stoerdoenerij, ik heb er niets mee. Ook de huidige trend om alle verhalen uit te smeren over zes delen, vind ik niks. Al dat cinematografische tekenwerk is geweldig, maar het schiet niet echt op. Het enige lichtpuntje dat ik zie, is dat het heel goed werkt met de nieuwe iPad-technologie. Ik heb Marvel’s Avengers vs X-Men op iPad gevolgd en dat was een plezierige leeservaring. Maar mijn echte liefde ligt op dit moment bij diverse DC- en Vertigoseries, zoals Fables, DMZ en natuurlijk alles van Mike Mignola. Vooral als hij het niet zelf tekent.

Ben je je bewust van de blijvende invloed die Juniorpress heeft op die generatie comiclezers? Wij merken immers dat die behoorlijk groot is.

Heel af en toe kom ik iemand tegen die me uit die tijd kent. Je moet niet vergeten dat ik een soort halve bekende Nederlander ben. In de wereld waarin ik rondloop, kennen de meeste mensen mij voornamelijk als tv-schrijver. Maar toen mijn collega Harm Edens op een keer een of ander musicalding moest presenteren raakte hij aan de praat met een Filipijns homofiel dansertje. Hij noemde mijn naam en de jonge huppelnicht viel bijna van zijn stokje: “Jij werkt met Ger Apeldoorn?! Van de comics?! Dat is mijn idool!” Een paar maanden geleden speelde ik een gastrolletje in een aflevering van de tv-serie Dr. Tinus. De regisseur van die aflevering kende mij ook als Gé Apeldé. Omdat ik een rol kwam spelen had hij me gegoogeld en hij was verbaasd om te zien dat ik ook nog wat anders had gedaan. Tussen de opnames door maakten we plannen voor de eerste Nederlandse superheldenfilm (lacht).

De redactie en mezelf wensen Ger Apeldoorn langs deze kant enorm hard te bedanken voor zijn bijdrage aan onze Special rond Juniorpress.

Het zevende en laatste deel van de reeks Tussen Vroeger En Nu: Juniorpress-artikels, waarin de leden van de Brainfreeze-crew zelf hun eerste ervaringen met de uitgever neerpennen, verschijnt nu donderdag op de site…

Comments

comments


Axel

 
avatar
Et alors?