16
Posted 27/10/2012 by Axel in Columns
 
 

Tussen Vroeger En Nu #10.1 : Juniorpress

 

Deel 1 : Sweet memories

Een klein logo, zoveel betekenis: Juniorpress.

Volgend jaar word ik 40. Wagon 4. Maar als ik hier over Juniorpress schrijf voel ik me weer 11 jaar oud. Dan denk ik weer aan dat machtige gevoel toen ik die comics bij de krantenwinkel kocht of ze van mijn ouders kreeg.

Als enig kind las ik veel, heel veel. Mijn Kuifjes had ik al compleet voor ik kon lezen. Ik vond die prentjes intrigerend. Later volgden Jommeke, Suske en Wiske, Kiekeboe, Robbedoes, het weekblad Donald Duck (en al zijn andere uitgaven). Ik vergeet wellicht enkele titels. Welke Vlaamse jongere las ze niet? Wij hadden nog geen Playstation of Wii. Nederlandstalige kindertelevisie stond nog in zijn kinderschoenen. Godzijdank bestond Studio 100 toen nog niet, of ik was nu hersendood.

Toen ik 11 jaar oud was bracht mijn moeder, die me altijd aanmoedigde om veel te lezen, een pakje JuniorPress mee van de Standaard Boekhandel. “5 voor 100 BFR” (dat is 2,5 euro voor de jonkies).  Er zaten dus 5 comics in. Ik kende Star Wars, dat was zowat film van mijn generatie. Verder kreeg je een Spectaculaire Spiderman, een Peter Parker, de Verdedigers en de X-Mannen (Claremont – Byrne – Dark Phoenix). Spider-Man herkende ik van de Britse ochtend televisie en Hulk (hij stond op de cover van de Verdedigers)  kende iedereen toen van de tv-serie. Er zijn momenten in je leven die je altijd bijblijven, en voor mij was het die eerste keer lezen van de op korzelig papier gedrukte verhalen. Dat was de echte start van mijn liefde voor comics. Ik was verkocht. Ik heb de oren van mijn ouders afgezaagd tot ik alle bundels kreeg. De nieuwe wereld, met de Vergelders, de Fantastic Four, Spider-Woman en Hulk gingen voor me open.

Het is dit nummer van Peter Parker dat van mij een fan maakte.

Er was één verhaallijn die me bij de keel greep, en deze stond in Peter Parker #7. Korte synopsis: de Zwarte Kat steelt een ontstekingsapparaat van Doctor Octopus. Die zit op dat moment in een oorlog met de Uil verwikkeld. Te midden van het grote geweld probeert Spider-Man niet alleen de Zwarte Kat te redden, maar ook het ontstekingsapparaat uit de handen van Doc Ock te houden. De Zwarte Kat slaat het apparaat kapot en wordt halfdood gemept door Doctor Octopus. In een bui van razernij sleurt Spider-Man de mechanische tentakels uit het lichaam van zijn eeuwige vijand. Op de laatste pagina stormt Spider-Man de spoedafdeling binnen met een bloedende Felicia Hardy in zijn armen.  Deze 11-jarige gooide zijn Jommekes meteen aan de kant.

Maar het bleek nog niet genoeg. Een bezoek aan de plaatselijke krantenwinkel bracht me nieuwe nummers op. Er was echter een klein probleem: de reeksen stonden veel verder dan diegene die ik had. Spider-Man had een zwart kostuum, er waren Geheime Oorlogen, er was een nieuwe tekenaar op X-Mannen,  …

Ik had snel door dat Juniorpress oudere titels in de bundels had gestopt.  Een geluk dat mijn vader een stripwinkel, de huidige De Striep, kende in Brugge. Daar heb ik alle ontbrekende delen van Peter Parker, Spider-Man, Verdedigers en X-Mannen gekocht. Het lezen van de X-Mannen in het bijzonder was een fantastische ervaring. Nederlandse fans werden in die periode echt verwend.

Marvelstrip “Leven En Laten Leven” is in elke taal een fantastisch verhaal.

Het werd een vast ritueel dat ik elke zaterdagochtend met mijn moeder naar de krantenwinkel ging. Ik spurtte naar het hoekje waar de comics lagen. Als er dan nieuwe nummers waren, glunderde ik. Mijn moeder kocht ze, en ik was klaar voor veel leesplezier. In die tijd las ik ze zelfs twee keer (nu is dat onmogelijk geworden, mijn nog-te-lezen stapel is gewoon te  groot). Ik kocht zelfs Superman en Batman van Baldekijn, hoewel dat geen goede verhalen waren. Ik vergeet nooit het moment dat ik in de Delhaize de Juniorpress Specials (de vertaalde Graphic Novels) met de “New Mutants”,”De Dood van Captain Marvel” en “Leven en Laten Leven (“God Loves, Man Kills”)” vond. Toen ik met mijn vader op reis ging naar Nederland bleken de krantenwinkels daar een goed jaar verder met hun titels. Dat zijn mijn herinneringen aan Juniorpress. Dagtrips naar Engeland (vanuit Oostende vertrok je toen met de maalboot) brachten me in contact met mijn eerste Amerikaanse comics. Dit ging zo door tot ik 17 werd.

Waarom ik toen begon af te haken weet ik niet precies meer. Plots bleken de comics gewoon niet meer zo goed.  Na het succes van Watchmen en The Dark Knight Returns wou iedereen plots donkere en duistere strips gaan maken. Spider-Man kreeg te maken met een echt lugubere vijand als Vermin. Pfff. Fantastic Four en de Vergelders waren een schim van wat ze ooit waren geweest. Ik las enkel nog X-Mannen, tot ik de Amerikaanse versies bij het krantenwinkeltje van de Delhaize kon kopen. Als je ouder wordt, en je de taal machtig bent, lezen die comics beter in hun originele taal. Toen die titels na het vertrek van Chris Claremont een kwalitatieve duikvlucht namen, nam ik mijn eerste hiatus van comics.

De Striep Oostende bij Chris en Maryline is altijd een bezoekje waard.

Toen vond ik bij een verhuis de oude Juniorpresscomics (welke anders?) in een kartonnen doos terug. En wat doe je als je wacht op de verhuiswagen? Je leest er één, en nog één en voor je het weet ben je weer verslingerd. In de Oostendse De Striep  heb ik dan, te midden van de foute muziek, alle Nederlandse X-Mannen die ik nog niet had gekocht. De vriendelijke uitbater Chris (een vriendelijke uitbater in De Striep?? Het kan!) liet me onlangs weten dat hij nog stapels Nederlandstalige comics in de aanbieding heeft. Opnieuw lag Juniorpress aan de basis van een nieuwe comicrun.

Tijdens het schrijven van deze column zocht ik  “pics” om de tekst van illustraties te voorzien. Je googelt dan “Juniorpress” bij afbeeldingen, en hoopt op een enorme keuze aan bruikbare foto’s. Ik vond het logo nergens. Je vindt wel heel wat foto’s van verzamelingen die hoopvolle lezers voor veel geld trachten te verkopen .

Ik besluit dit artikel vol goede moed te maken, maar de speurtocht is niet evident. Er is gewoon weinig te vinden rond Juniorpress. Ik vind een podcast terug van Geekstijl Insider. Het interview met Peter De Bruin blijkt heel informatief. Ik kende de namen wel: Ger Apeldoorn, Ans Loos, Olav Beemer, Peter de Bruin. Terug naar google, terug opzoeken.  Ans Loos? Er zijn wel meerdere. Olav Beemer? Bingo. Want die heeft wel wat geschreven en vertaald in zijn leven. Hij was de vaste waarde in de brievenpagina’s tot hij later ook effectief voor hen ging werken. Zijn naam link ik aan Weeklydose.com. Wat zoekwerk op de website en ik vind een mailadres. Ik stuur een hoopvolle email:

Ik ben Axel, en schrijf columns voor de Belgische comicsite www.brainfreeze.be. Ik schrijf “Tussen Vroeger en Nu”.

Ik ben op zoek naar oud redactieleden van Juniorpress. Het is mijn bedoeling een zo goed mogelijk beeld te scheppen van deze uitgeverij. Ze is namelijk zeer belangrijk geweest voor de wat oudere Vlaamse comiclezers.

Met hen ben ik grootgebracht.

Mocht je me kunnen helpen, laat me iets weten.

Tot op heden krijg ik geen antwoord. Peter de Bruin? Ik vind enkel een naam op Facebook. Ik zie geen elementen die kunnen wijzen op de persoon die ik zoek en besluit het niet te wagen. Ik stuur het huidige Juniorpress een mail. Tot op heden krijg ik daar ook geen antwoord.  Is mijn zoektocht voorbij?

 Neen…het verhaal gaat verder. Op het forum van Brainfreeze reageert iemand. Crewlid de baard van alan moore geeft mij de nodige  informatie om Oh (Olav Beemer) en Pee de Bee (Peter de Bruin) te bereiken. Mailcontact met Peter de Bruin bleek vruchtbaar. Ger Apeldoorn?  Die reageert ook. Hij is bereid te helpen. We zijn vertrokken op een reis Tussen Vroeger En Nu.

Als laatste wens ik de volgende mensen te bedanken: Peter de Bruin, Peter Bonte, de baard van alan moore, Chris Cottrell en mijn redacteur Arno.

Deel twee van de Tussen Vroeger en Nu-special rond Juniorpress verschijnt maandag op Brainfreeze…

Comments

comments


Axel

 
avatar
Et alors?