5
Posted 21/08/2012 by Arno in Comics
 
 

50 jaar The Amazing Spider-Man! (Deel 1) – Spidey in de Sixties

Spider-Man, één van de bekendste superhelden aller tijden en Marvels residente webslingeraar, bestaat deze maand 50 jaar en dat moet gevierd worden! Hier bij Brainfreeze zetten we het personage gedurende de hele maand augustus in de spotlight met enkele reviews en specials om het webhoofd een verjaardagsfeestje te schenken waar hij helemaal ondersteboven van kan zijn.

Vandaag beginnen we aan een vijfdelige reeks specials rond de 50-jarige geschiedenis van het personage in comics, films en tv-series. We bijten vandaag de spits af met Spideys evolutie doorheen de swingin’ sixties!

With great power…

Spider-Man verscheen voor het eerst in Amazing Fantasy #15 (augustus, 1962), het laatste deel van de sciencefiction-/fantasyreeks Amazing Adult Fantasy. Hij werd gecreëerd door schrijver Stan Lee en tekenaar Steve Ditko. Jack Kirby — de artiest waarmee Lee zowat het gehele Marvel-universum creëerde — had wel degelijk een input in de look van het personage (en tekende de eerste cover), maar Lee opteerde voor de tekenstijl van Ditko. Kirby’s versie van Spidey en zijn alter ego Peter Parker zag er immers nog te heroïsch uit. Het uiterlijk van het personage diende dat net niet te zijn, want Peter Parker/Spider-Man moest een jongere tienerheld en een alledaagse everyman worden.

Amazing Fantasy #15, cover door Jack Kirby, geïnkt door Steve Ditko

Het concept achter Spider-Man — dewelke invloeden bevatte van de pulpheld The Spider, The Fly en verschillende tienersidekicks uit het superheldengenre — viel, zonder enige schroom, briljant te noemen en werd één van meest geïmiteerde archetypes in het genre sinds het debuut van Superman en Batman in de jaren 30. De jonge, verlegen, maar pientere Peter Parker — een wees uit Forest Hill, Queens, New York die bij zijn oom en tante woont — wordt tijdens een wetenschapsdemonstratie gebeten door een radioactief bestraalde spin. Hij ontwikkelt evenredige superkrachten en bouwt zelf mechanische webshooters en een gemaskerde identiteit uit. Hij werft zijn nieuwe identiteit als Spider-Man (en dus niet Spider-Boy, ondanks zijn 15-jarige leeftijd) echter niet meteen aan tot de bestrijding van het onrecht. Neen, hij doet wat velen onder ons zouden doen mochten we zijn krachten bezitten: hij gaat in de showbizz om grof geld te verdienen.

Wanneer de wereld hem echter één maal teveel op de kop lijkt te zitten, laat een kwade Spider-Man een inbreker — die hij zonder enig probleem kon tegenhouden — voorbij lopen. Het is immers zijn probleem niet. Later zal deze inbreker een roofmoord plegen op zijn geliefde oom Ben, de enige vaderfiguur die Peter Parker ooit gekend heeft. Indien Peter niet zo egoïstisch was, zou zijn oom dus nog geleefd hebben. Na het vatten van de dader, leert hij een belangrijke les: With Great Power, There Must Also Come — Great Responsibility (of, in latere jaren, With Great Power… Comes Great Responsibility). Overmand door schuldgevoelens, zegt Peter zijn showbizzidentiteit vaarwel en besluit hij zijn krachten aan te werven tot het bestrijden van de misdaad als Spider-Man.

De wondere wereld van Peter Parker

Het gigantische succes van Spider-Man leidde enkele maanden later tot zijn eerste soloreeks. The Amazing Spider-Man #1 verscheen in maart 1963 en werd gedurende de eerste 38 delen geschreven door Lee met tekeningen van Ditko. Dit werd de eerste keer dat een tienerheld (die geen eerdere sidekick was of tot een superheldenteam toebehoorde) een eigen reeks kon dragen. Een reeks, die zelfs vrij snel de bestverkopende titel van de uitgeverij zou worden. Lezers konden hierin het wel en wee van Peter Parker volgen, waarin onze held zijn alledaagse problemen (huiswerk, pestkoppen op school, prille liefdesrelaties, het vinden en houden van een bijbaantje om zijn tante May bij te staan…) diende te combineren met zijn escapistische en avontuurlijke dubbelleven als Spider-Man.

The Amazing Spider-Man #1

Doorheen de eerste 38 delen van The Amazing Spider-Man werd de wereld van Peter Parker verder uitgebouwd en kwam hij als Spider-Man langzamerhand in aanraking met het grotere Marvel-universum. In Amazing Fantasy #15 kwamen we zo al Flash Thompson tegen, de typische high school bully/football jock van de Midtown High School waarvan Peter Parker dagelijks pesterijen te verduren kreeg (ironisch genoeg zou diezelfde Flash spoedig zowat Spider-Man zijn grootste fan worden). Liz Allan was dan weer het populaire, onbereikbare meisje waar Peter een crush op had. Zijn eerste, vrij kortstondige liefdesrelatie verkreeg hij iets later met Betty Brant (dewelke debuteerde in The Amazing Spider-Man #4 uit 1963), een secretaresse bij de krant The Daily Bugle. Hier zou Peter ook zijn meest gekende bijbaan als freelance fotograaf uitoefenen, waarmee hij — door foto’s van zichzelf in actie als Spider-Man te verkopen — zijn tante May financieel kon bijstaan.

Spider-Man… Menace?!

J. Jonah Jameson

In The Amazing Spider-Man #1 maakten we meteen ook kennis met de hoofdredacteur van de krant en één van de belangrijkste nevenpersonages uit de reeks: J. Jonah Jameson. Hij maakte er vanaf het volgende deel een persoonlijke kruistocht van om in zijn blad de gemaskerde Spider-Man constant zwart te maken en als een bedreiging tot de burgers van New York City af te schilderen, niet wetende dat hij zijn alter ego (die wel op wat sympathie kon rekenen) zelf in dienst heeft. Zijn columns misten echter hun effect niet en Spideys publieke relatie tot de autoriteiten en de burgers van New York blijft tot op de dag van vandaag moeizaam verlopen.

In diezelfde The Amazing Spider-Man #1 zagen we Spidey ook aankloppen bij de Fantastic Four, tot wie hij wou toetreden als lid. Er kwam echter niets van in huis toen duidelijk werd dat de FF een liefdadigheidsorganisatie is en er dus geen geld te verdienen viel. Hij zou later echter wel een diepe vriendschapsband verkrijgen met het team, en vooral met Johnny Storm, de Human Torch, hun jongste lid. Hun bromance werd legendarisch en uitermate grappig. Spidey zou daarna ook nog een even belangrijke vriendschap opbouwen met de gemaskerde vigilante Daredevil (The Amazing Spider-Man #16, 1964), die al zeer snel achter zijn geheime identiteit kwam.

Spider-Man tegen de Sinister Six

Uiteraard is een superheld niets zonder enkele bekende superschurken en de rogues gallery van Spider-Man is er dan ook één van jewelste. In sneltempo passeerden verschillende gekostumeerde schurken de revue: The Chameleon (The Amazing Spider-Man #1), The Vulture (#2), Sandman (#4), The Lizard (#6) , Electro (#9), Mysterio (#13), Kraven the Hunter (#15), The Scorpion (#20)… Allen debuteerden ze in die eerste publicatiejaren en moesten ze in hun conflicten de denigrerende grapjes van de webslingeraar ondergaan. Hoewel de Green Goblin al voor de eerste maal verscheen in The Amazing Spider-Man #14 (1964) en later de corrupte zakenman Norman Osborn bleek te zijn in deel #37 (1966), was niet hij, maar eerder wetenschapper Dr. Otto Octavius — beter bekend als Dr. Octopus — in deze periode de aartsvijand van de jonge Spider-Man. Doc Ock maakte zijn debuut in The Amazing Spider-Man #3 (1963) en was meteen de eerste schurk waartegen Spidey het onderspit moest delven. Later was hij ook verantwoordelijk voor de eerste incarnatie van de Sinister Six (Amazing Spider-Man Annual #1, 1964), waarin steeds zes vijanden samenspannen tegen de webslingeraar. Tevens was Doc Ock de hoofdschurk in de inmiddels klassieke Master Planner Saga (#31-33), met zijn volle drie (!) delen de langste en meest bejubelde verhaallijn uit het Lee/Ditko-tijdperk.

Mr. Parker goes to college

The Amazing Spider-Man #39, de eerste issue met John Romita als tekenaar

Vernieuwend aan vele Marvel Comics uit de Silver Age van de jaren 60, maar vooral merkbaar in The Amazing Spider-Man, was dat de lezers mee konden opgroeien met het hoofdpersonage. Geen gemakkelijk gegeven in een superheldencomic, waar het behouden van een vaste status quo heilig is. We leerden Peter Parker kennen als een misschien pientere, maar nog steeds 15-jarige snotneus in Amazing Fantasy #15 (1962), maar in The Amazing Spider-Man #28 uit 1965 zagen we hem al afstuderen aan de Midtown High School. In deel #31 (1965) begon hij dan aan zijn studentencarrière op Empire State University. Hier leerde hij onder meer zijn goeie vriendin en latere grote liefde Gwen Stacy kennen, alsook zijn beste vriend Harry Osborn, jawel, de zoon van de Green Goblin.

Na deel #38 uit 1966 stopte Steve Ditko met het tekenen van de reeks en werd hij vervangen door John Romita, Sr. Lee en Ditko geraakten het schijnbaar nooit eens over de richting die de serie op diende te gaan en in Romita’s eerste deel, The Amazing Spider-Man #39 (1966), vond er inderdaad dan ook een heuse verschuiving plaats. Norman Osborn kwam hierin namelijk de geheime identiteit van de webslingeraar te weten. Dit werd al een eerste, belangrijke stap tot het personage zijn latere rol als de nieuwe ultieme aartsvijand van Spider-Man.

Lee en Romita presenteerden een iets knappere, meer zelfverzekerde Peter Parker in zijn studentenjaren en introduceerden nieuwe vijanden als de Rhino (#41), maffiabaas Wilson Fisk aka The Kingpin (#50) en nieuwe nevenpersonages als politiekapitein George Stacy (de vader van Gwen, #56) en Daily Bugle-redacteur Joseph/Joe “Robbie” Robertson (#52), één van de eerste zwarte comicspersonages in een belangrijke, serieuze rol.

Het debuut van MJ

In The Amazing Spider-Man #42 uit 1966 kregen we met de befaamde woorden “Face it, Tiger… You just hit the jackpot!” voor het eerst Mary Jane Watson volledig te zien (er werd in de vroege delen namelijk al gehint naar de aantrekkelijke party girl en nicht van de buurvrouw van Peter en tante May). Ze begint te daten met Peter, maar hij verkiest uiteindelijk Gwen. Mary Jane begint later dan nog een kortstondige relatie met Harry Osborn.

Hoewel hij nog steeds zijn bestaan als Spider-Man geheim diende te houden tegenover zijn nieuwe vriendenkring en nog steeds even overbezorgde tante, en hij op een gegeven moment (deel #50 uit 1967) er zelfs even genoeg van had om een stank voor dank superheld te zijn, verschoven de persoonlijke problemen van Peter Parker toch iets meer naar de achtergrond. Hierdoor werd er extra ruimte vrijgemaakt voor de grotere sociale strubbelingen waarmee Amerika op het einde van de jaren 60/begin jaren 70 mee te maken kreeg. De Spideyverhalen, voorzien van een grote studentencast, zouden uiteindelijk — zoals we in deel twee zullen zien — een ideaal medium hiervoor vormen…

Aanraders

We eindigen traditiegetrouw het eerste deel van deze verjaardagsspecial door enkele must-reads op te sommen. Net als bij deze rond de Fantastic Four en de Hulk zijn de aanraders uit deze periode simpel. Marvel bundelt namelijk al haar grootste verhalen uit de Silver Age in haar Essentials (veel inhoud voor een scherpe prijs, maar wel in zwart-wit) en in de Marvel Masterworks-reeks (paperbacks of hardcovers, duurder en minder inhoud, maar wel in kleur). Voor Spider-Man uit deze periode gelden de eerste 50, en dan vooral de eerste 38 issues onder Stan Lee en Steve Ditko als absolute must-reads. Het is verbazingwekkend wat voor een sterke basis voor de latere evolutie van het personage in deze delen wordt gelegd en hoeveel hier in latere jaren nog naar wordt terug gegrepen. Het Lee/Ditko-tijdperk is in zijn geheel terug te vinden in de eerste The Amazing Spider-Man Omnibus, of gewoon in de eerste vier Marvel Masterworks: The Amazing Spider-Man-volumes. Doe hier nog volume vijf met John Romita Sr. bij (tot issue #50) en je hebt in feite een gigantisch superheldenoorsprongsverhaal dat nog steeds de tand des tijds weerstaat.

MMW: The Amazing Spider-Man volume 1 bij Archonia.com

Afsluiten, dat doen we echter met de intro en het welbekende theme song toebehorende aan Spideys eerste cartoonreeks (simpelweg getiteld: Spider-Man) uit 1967-1970, met Paul Soles als de stem van de webslingeraar. Geniet ervan en tot in de seventies!

Comments

comments


Arno

 
avatar
I'm not locked in here with you. You're locked in here with me.