0
Posted 24/05/2012 by Yann in Comics
 
 

Brainfreeze sprak met Andrew Tunney (Girl&Boy)

Andrew Tunney (zelfportret)

Wie ons een beetje volgt, weet dat ik vorige week bijzonder onder de indruk was van Girl&Boy, het zelf uitgegeven stripdebuut van de Brit Andrew Tunney. De comic kreeg al wat aandacht van onze Amerikaanse collega’s van Comics Alliance, maar zou volgens mij gerust nog wat meer aandacht mogen krijgen van de pers. Omdat ik daarbij ook best benieuwd was naar het hele project, nam ik contact op met Andrew, die de tijd nam om uitgebreid te antwoorden op mijn vragen… Een gesprek over uitgeven in eigen beheer en over de Amerikaanse comic-industrie, maar ook over films, muziek, en tekenen met twee handen.

Note for English readers: Andrew asked us to post the English version, so you can read it too. We’re happy to oblige. Read the English version here!

Brainfreeze: Andrew, bedankt om tijd uit te trekken voor ons. Kun je, voor wie Girl&Boy nog niet gelezen heeft, in het kort vertellen waar het precies over gaat?

Andrew Tunney: “Zonder te veel weg te willen geven: Girl&Boy gaat over identiteit en relaties, en over hoe ze mensen kunnen definiëren of net vast kunnen zetten.”

BF: Waar kwam de inspiratie voor deze comic vandaan?

AT: “De inspiratie kwam eigenlijk van twee verschillende plaatsen. Ik zag in modebladen een hoop fotoshoots die geïnspireerd waren op superhelden en misdaadbestrijders, die visueel opwindend waren maar waar, door de aard van het medium, weinig verhaal achter zat. Het idee van het zwarte masker van de misdaadbestrijder is door de jaren heen een krachtig symbool geweest in vele vormen van visuele cultuur, en het lijkt er niet minder populair op te worden. Als je even snel zoekt op Tumblr, vind je meteen een eindeloze reeks foto’s van modellen in dominomaskers. Vandaag de dag betekent een masker voor veel mensen: superkrachten en big budgetfilms. Maar ik hou vooral van noir en oude pulp-misdaadverhalen waarin een normale mensen zich hullen in een masker of vermomming om de straat op te trekken en hun problemen te confronteren. Dat trekt me veel meer aan, het is zo veel mysterieuzer.”

Andrew was zo vriendelijk om nog enkele foto’s door te sturen van “gemaskerde” fotoshoots. De foto’s die hij het meest bekeek terwijl hij werkte aan Girl&Boy vond hij niet onmiddellijk terug, maar deze foto’s vallen onder de trend waar hij op doelde. (Foto’s door Mert Alas en Marcus Piggott voor Vogue Paris, via: Fashion Gone Rogue.)

“Daarnaast heb ik te veel fantastische vrouwen gekend die in slechte relaties verzeild geraakt zijn. Mensen kunnen vast komen te zitten in het idee dat een slechte relatie beter is dan alleen blijven, dat single zijn iets is om je over te schamen, of dat je enige waarde afhangt van iemand anders… en dat is een gevaarlijk idee. Dat is een universele zorg, voor iedereen, of je nu zwart bent of blank, homo of hetero, man, vrouw, wat dan ook. We zijn ook geneigd om te denken dat iemand anders’ leven beter is dan dat van ons, vooral als ze mooi, of rijk, of atletisch zijn, terwijl we binnenin allemaal met dezelfde zaken worstelen. Het gaat erom wat er onder de oppervlakte zit.”

BF: Was het van bij het begin je opzet om een deconstructie of commentaar op het superheldengenre en Hollywoodclichés te maken, of was dat eerder een bijkomstigheid?

AT: “Het is niet zo begonnen. Dit is eerst en vooral een strip over mensen, niet over capes en latexpakjes… al kan het dat ook zijn, als je wil. Toen ik vorig jaar aan de strip aan het werken was, kwamen bepaalde prominente superheldencomics negatief in de aandacht, vooral wegens de manier waarop ze omgingen met vrouwen en relaties. Die dingen speelden zeker in mijn hoofd toen ik het idee ontwikkelde, maar het leek een hoogtepunt te bereiken in de media met DC’s New 52, en zo voort… en heel wat belangrijke mensen waren merkbaar kwaad of van streek. En terecht. Dus dat overtuigde me er wel van dat ik op het goede spoor zat met wat ik deed met mijn personages. En die comics dienden ook als een goed voorbeeld van wat ik vooral niet moest doen met mijn eigen werk.”

BF: Girl&Boy gebruikt superhelden als metaforen voor diepmenselijke ervaringen. Zie je superhelden als archetypes die iets vertellen over de menselijke natuur?

AT: “Ik denk dat ze dat kunnen zijn. En de beste zijn dat meestal ook. Maar een veel groter aantal zijn simpelweg male power fantasies. Ik denk dat we 70 procent van alle superheldencomics plat zouden kunnen bombarderen, en niet slechter af zouden zijn. We hebben in ieder geval het verzadigingspunt bereikt, eigenlijk een paar decennia terug al. Maar superheldencomics lees ik op dit moment eigenlijk het minst van al. Kieron Gillen (die we eerder dit jaar interviewden op London Comic Con, n.v.d.r.) is een vriend van me, en een uitstekende schrijver, dus zijn werk met de X-Men zal waarschijnlijk geweldig zijn, maar ik lees gewoon niet zo veel Marvel of DC meer.”

BF: Girl en Boy komen heel echt over, omdat je heel accuraat een aantal gevoelens weet te brengen die iedereen in één of andere vorm wel kent. Je hebt dat echter gedaan met echte basismiddelen. Was het de bedoeling om bij eenvoudige structuren te blijven om lezers toe te laten om zichzelf in het verhaal te projecteren?

AT: “Wel, ik wist dat ik het met een beperkt aantal pagina’s moest doen, want ik wou het verhaal brengen in het equivalent van één issue (een losse Amerikaanse comic bestaat doorgaans uit zo’n 20 tot 36 pagina’s, n.v.d.r.). Het zijn geen complexe thema’s, maar ze zijn krachtig, en het moest universeel maar toch meeslepend zijn. Het was dus een evenwichtsoefening tussen mysterieus zijn, en specifiek zijn. Ik hoopte vooral genoeg eenvoudige boodschappen op te stapelen, die mekaar zouden versterken, zodat in het hoofd van de lezer 2 + 2 gelijk zou zijn aan 5000.”

BF: Kun je ons wat meer vertellen over je werkproces? Je hebt een verhaal opgetrokken uit een paar clichés die weinig om het lijf hebben, maar tegelijk heb je een hoop invloeden uit verschillende media gecombineerd in je werk. Was dat een bewuste onderneming, of kwam het allemaal min of meer organisch tot stand?

AT: “Ik moet eerst het volledige scenario geschreven hebben voor ik kan beginnen tekenen. Ik moet werken alsof ik twee personen ben. Anders kan ik gewoon geen beslissingen nemen. Ik schreef de eerste akte in één nacht, heel snel, vooral vanuit mijn buikgevoel en wat je op papier ziet staan is praktisch hetzelfde als in de eerste kladversie. De rest vroeg wat meer werk, maar die eerste akte zette de toon voor mij in mijn hoofd. Ik hield het script ambigu, dus veel van de betekenis en het gewicht van het verhaal zit in de beelden. Eigenlijk is het gewoon 28 pagina’s symbolisme en subtekst. Ik wou een boek dat, hoewel kort, rijk is aan visuele informatie, zodat je steeds nieuwe dingen kan vinden. Het was een kwestie van referentietjes en visuele hints opstapelen: het jasje van Boy, de poster van Barbara Krueger in de slaapkamer van Girl, het gespoten hart, … Allemaal laagjes van kleine dingen om door de lezer te ontcijferen.”

BF: Je tekent soms met beide handen tegelijk. Heb je dat ook gedaan voor Girl&Boy? Hoe ben je hier eigenlijk mee begonnen?

AT: “Ik ben ermee begonnen op de kunstacademie. Ik volgde lessen waarnemingstekenen waar we oefeningen kregen zoals tekenen met onze andere hand, tekenen zonder naar het blad te kijken, … dat soort dingen. Linkshandig tekenen ging me op den duur redelijk goed af, ik ging vaak het leven tekenen in de stad en ik nam die oefeningen mee. Uiteindelijk probeerde ik toen met beide handen te tekenen. Ik doe dat zelden voor het uiteindelijke werk, want elk hand heeft een andere stijl. Ik heb live painting gedaan op clubavonden waar ik met beide handen schilderde, wat heel leuk was. Soms doe ik ruwe schetsen met mijn linkerhand, gewoon om mijn brein actief en alert te houden… maar over het algemeen teken ik met mijn rechterhand.”

BF: Wanneer ben je comics beginnen lezen? Welke comics las je als kind? En wat was het moment waarop je besliste dat je zelf ook comics wilde maken?

AT: “Ik ben opgegroeid met de Britse Transformers-comics, toen ik nog heel klein was, en zo heb ik waarschijnlijk leren lezen. Daarna kwamen Kuifje en Asterix, en daar was ik echt ondersteboven van. Op dat moment reisde ik reisde de wereld rond door met het werk van mijn ouders en de avonturen van globetrotter Kuifje waren iets waar ik me echt in kon verliezen.

“Spider-Man had ik wel op tv gezien, maar ik ontdekte superheldencomics pas echt in mijn vroege tienerjaren met herdrukken van Claremonts X-Men (Met klassiekers als de Dark Phoenix Saga en Days of Future Past maakte Claremont de X-Men tot een van de populairste superheldenteams van de jaren 70 en 80, n.v.d.r.) die mijn ouders meebrachten van New York. Ik heb altijd al getekend en ik las non-stop boeken als kind. Op de lagere school schreef ik in de les een hoop verhalen, maar als je wat ouder wordt verdwijnt Creatief Schrijven uit het lessenpakket, wat heel erg jammer is. Ik had een fantastische leerkracht Engels in het middelbaar – Suzy, heette ze – die me er echt aan herinnerde hoeveel ik van schrijven hield. Het tekenen en schrijven waren er altijd al geweest, maar dat was het laatste puzzelstukje dat voor het hele plaatje zorgde. Ik had jammer genoeg geen goede punten voor haar vak. Dat heb ik altijd jammer gevonden, omdat ik haar teleurgesteld heb.”

BF: Mevrouw Suzy, als u dit interview onverhoopt zou tegenkomen: hopelijk maakt het de teleurstelling een klein beetje goed…

Maar om het verder over je inspiraties te hebben, Andrew: welke schrijvers en tekenaars hebben je werkt het meest beïnvloed?

Ik denk dat we 70 procent van alle superheldencomics plat zouden kunnen bombarderen, en niet slechter af zouden zijn.

AT: “Claremont was enorm belangrijk voor me. Mijn moeder bracht me een stapel comics mee van New York toen ik een jaar of 13 was, waaronder die van Wolverine met Frank Miller en Lifedeath (Uncanny X-Men) met Barry Windsor Smith. Die bliezen me echt achterover. Later vond ik Masamune Shirow, Otomo, Mignola, Becky Cloonan, Vasilis Lolos, Ashely Wood, Bill Sienkiewicz, Alex Maleev … my influences are all over the map. Maar ik heb waarschijnlijk even veel invloeden buiten comics: Nick Knight, Futura 2000, Bathing Ape uit de jaren 90, Hedi Slimane, David Lachapelle, Black Thought van The Roots. En ook Joss Whedon, die ik enkele jaren geleden in San Diego mocht ontmoeten. Ik heb het ook getroffen met vrienden als Mark Penman, Adam Cadwell en Marc Ellerby van Great Beast, en John Allison (schrijver en tekenaar van de webcomics Scary Go Round en Bad Machinery, n.v.d.r.), die allemaal dagelijks fantastisch werk afleveren.”

BF: Girl&Boy heeft een filmische look & feel. Welke films hebben je geïnspireerd?

AT: “Ik ben een gorte fan van Michael Mann. Het werk van Akira Kurosawa ontdekte ik rond mijn 16 jaar, samen met Amerikaanse cinema uit de jaren 70 zoals Chinatown en The Sting, dus dat was het begin van mijn echte vorming in films. Als je iets over compositie wil leren, kijk dan gewoon naar Jaws. Spielberg doet die hele laatste akt met niets meer dan drie acteurs op een boot, een speelgoedhaai en het eindeloze blauw. Ik hou ook erg van Wong Kar Wai. Zijn films, samen met Casablanca en The Big Combo waren de voornaamste invloeden op Girl&Boy.”

BF: Je bent afkomstig van Manchester, de thuisbasis van een aantal fantastische bands (zoals Joy Division, The Smiths en Elbow). Speelt muziek een rol in je werkproces?

AT: “Mijn hele familie zijn muzikanten, en ik speel ook piano, dus muziek is er altijd, maar er is weinig waar ik naar kan luisteren als ik aan het werk ben, en het varieert van project tot project. Voor Girl&Boy stonden Chet Baker en Childish Gambino in mijn playlist. Ik speelde ook L.A. Noire op dat moment, een spel met een hele goeie soundtrack, en er waren een hoop dingen van KOAN Sound en Asa. Future Sex Love Sound is daar ook tussen geraakt, op een of andere manier… die Justin, he gets everywhere.”

BF: Uitgeven in eigen beheer is niet altijd gemakkelijk. Was het moeilijk om dit project van de grond te krijgen?

Teaser voor Girl&Boy

AT: “Het was moeilijk. Ik stopte al mijn tijd en geld in erin, en ik wist dat ik het waarschijnlijk niet terug zou verdienen. Maar door de jaren heen ben ik betrokken geweest bij veel grotere projecten met andere, veel grotere namen, die de hemel beloofden en nooit van de grond kwamen… Dat is veel harder. Ik wist dat ik een verhaal te vertellen had met Girl&Boy, en niemand die ik met de vinger kon wijzen, dus al wat ik moest doen was het afmaken. Het lastigste was omgaan met de Britse en Amerikaanse industrie, die over het algemeen niet voorzien zijn om nieuwe auteurs en nieuwe boeken – die geen bestaande franchises zijn – te ondersteunen. Mijn oplossing was ze te negeren, en dat is vrij goed uitgedraaid.

“Als je zelf iets uitgeeft hangt slagen of mislukken volledig af van het doorzettingsvermogen van de maker en de steun van de fans, en daar heb ik veel geluk mee gehad. De digitale versie kwam uit in november en de gedrukte versie is deze maand uitgekomen. Vorige week was er heel wat aandacht voor op Tumblr en de gigantische instroom van steun was bijzonder verrassend, net als de ontvangs op Bristol Expo. De mensen waren geweldig en ik kan me echt niet beter wensen. Ik heb een stapel pakketjes om te verzenden naar mensen over de hele wereld, en dat is een fantastisch gevoel.

“Ik wil Thought Bubble, Travelling Man, Page 45, Rations magazine, Starburst magazine, de MOMB-podcast, Action Lab, Richard Burton, en iedereen die van bij het begin achter het boek gestaan heeft bedanken. En Comics Alliance. Ik heb veel vrienden in de VS, maar tot nu toe zijn zij de enige grote mainstream-nieuwssite die aandacht aan mij besteed hebben, dus ik ben ze mijn dank verschuldigd.”

BF: Je hebt de inkleuring gedaan voor Peabody & D’Gorath (hier gratis te downloaden), maar Girl&Boy is helemaal je eigen werk. Ben je het eens met de stelling (van onder anderen Art Spiegelman) dat een comic het liefst een werk moet zijn van één iemand, die zowel schrijft als tekent?

Peabody & D'Gorath #1

AT: “Ik denk dat een comic moet voortkomen uit één visie, of het nu die van een team is of van één persoon. Ik denk dat strips niet wel varen bij het bandwerk dat je zo vaak ziet in de Amerikaanse mainstream. Er kan een hoop verloren gaan in de vertaling.

Mijn relatie met Peabody & D’Gorath is dat ik werk voor Mark [Penman], en het is Mark zijn kindje… maar we zijn bros, dus ik wil dat kindje groot zien worden. We feesten tezamen, we werken tezamen en we reizen samen, dus er is een soort van budy-cop-scenario aan de gang. We werken nu aan het tweede nummer, hij stuurt me pagina’s door en dat tweede nummer schiet echt een versnelling hoger. Ik denk dat mensen enorm verbaasd zullen zijn over waar dit boek naartoe gaat.”

BF: Zijn er andere schrijvers of tekenaars waar je mee zou willen samenwerken? Zou je graag met andere personages dan de jouwe willen werken?

AT: “Er zijn tekenaars waarvoor ik overwogen heb om te schrijven, en ik sta altijd open voor nieuwe mogelijkheden, maar ik ga niet zitten wachten en hopen dat Meneer De Grote Schrijver op mijn deur komt kloppen. Ik heb het geluk dat ik voor mezelf kan schrijven als ik het nodig vind. Ik weet niet goed hoe ik me erbij zou voelen om te werken met personages die het eigendom zijn van grote bedrijven; er komt een hele morele en ethische rotzooi kijken bij dat soort situaties.”

BF: Kun je ons iets vertellen over toekomstige projecten? Heb je plannen voor meer verhalen in de lijn van Girl&Boy, of wordt je volgende werk iets heel anders?

AT: “Ik denk niet dat ik nog terug zal keren naar Girl&Boy. Ik denk dat ik dat verhaal beter met rust laat. Ik heb een paar eigen, langere projecten waar ik mee wil beginnen, hopelijk dit jaar nog, maar ik wil nog niets aankondigen. Geen van die projecten gaan met superhelden te maken hebben, en het zullen allemaal andere genres zijn, maar ik werk graag met sfeer en toon, dus er zullen waarschijnlijk wel gelijkenissen zijn.”

BF: Je doet momenteel een hoop verschillende projecten, waaronder illustraties voor de BBC. Hoop je om door te breken in de Amerikaanse industrie, of wil je liever aan kleinere projecten blijven werken?

AT: “Er is meer dan enkel Amerika. Er zijn veel meer mogelijkheden voor stripmakers nu dan amper vijf jaar geleden. Je kunt een boek naar buiten brengen zonder enige hulp van een uitgever en er is een toenemend aantal jonge en interessante auteurs in het VK, en ik ben trots om daar deel van uit te maken. Voor inspiratie kijk ik vooral naar Japan en de Franse markt, waar strips in allerhande genres het goed doen. Ik zou graag zien dat strips van Britse auteurs even goed verkopen als One Piece (één van de drie meest verkochte mangareeksen wereldwijd, n.v.d.r.), dat is de toekomst die ik wil zien. De beste Amerikaanse comics zijn sowieso gemaakt door Britse auteurs. We zouden er trots op moeten zijn om meer op onszelf te staan.

“Ik zou wel heel graag het logo van Image op een van mijn strips zien. Voor mij zijn zij de grootste creatieve kracht in de Amerikaanse industrie op dit moment, en ze hebben mogelijk het eerlijkste zakenmodel dat je daar kunt vinden.”

BF: We wensen je daar in ieder geval zeer veel succes mee. Nogmaals bedankt voor je tijd en je antwoorden. Ik heb nog één vraagje: als je eens in België zou zijn voor één van onze fantastische conventies, mag ik dan een paar Belgische biertjes ruilen voor een gesigneerd exemplaar van Girl&Boy?

“Als ik ooit het geluk heb om naar een Belgische conventie te mogen komen, valt daar zeker over te praten!”

Als iemand van F.A.C.T.S. dit leest: het een suggestie!

Lees hier de review (en preview) van Girl&Boy.

Girl&Boy is hier te koop.

We vernemen graag wat je van dit interview vond. Laat je commentaar achter onderaan!

 

Comments

comments


Yann

 
avatar
Eindredacteur, recensent en nieuwsposter Popcultuurliefhebber in het algemeen en comiclezer in 't bijzonder