2
Posted 08/01/2012 by Art Grafunkel in Columns
 
 

‘Noeg Gezegd! #9 : Mijn eerste keer . . .


Mijn eerste keer zal ik nooit vergeten.

Ik was een warrige weirdo, hij was een boom van een kerel met getatoeëerde armen zo breed als ikzelf. In de buurt van het Gentse Citadelpark. Het duurde eeuwen voor het mijn beurt was, of zo leek het toch. Zweetdruppels op het voorhoofd, okselvijvers, klamme handen, en het hart bonzend in de keel. Toen eindelijk mijn moment gekomen was nam ik zijn hand, en zei met onvaste stem…

“Hi, erm… I’m… I’m Art.”

“Hi Art,” antwoordde hij, “I’m Liam.”

Voor alle duidelijkheid toch even situeren: Het was Tweeduizend-En-Een-Beetje, de eerste keer dat ik de jaarlijkse stripbeurs F.A.C.T.S. bezocht, in het Gentse I.C.C.

En Liam Sharp was de allereerste comicpro die ik in levende lijve ontmoette.

Buiten Marvel’s Man-Thing en één nummer van X-Men dat hij had getekend bezat ik niets van zijn werk, maar ik kende hem al wel, en bewonderde zijn uitgebreide gamma aan tekenstijlen. Niet wetende of ik voor een schets/handtekening moest betalen of niet, was ik wel zo goed voorbereid dat ik (hoe schattig!) voor Liam een tekening had gemaakt: een grote, ietwat cartooneske, pastelkrijttekening van een spierballerige barbaar, bovenop een stapel schedels. Heel stoer. Maar niet heus.

Met m’n klein stapeltje strips en de opgerolde, nepstoere barbaar in m’n zweterige handen, stond ik aan te schuiven aan zijn tafeltje, in de zogenaamde Artist Alley. Het viel me op hoe saai het er aan toeging: klant propt Liam een boek in z’n handen, klant betaalt, Liam krabbelt er iets in, klant vertrekt, herhaal… en nog es… en dan nog es. Ondanks zijn razendsnelle tekentalent vorderde de wachtrij tergend traag, omdat Liam z’n tijd nam om toch voor iedereen een proper uitgewerkte tekening te maken. Naast Liam zat een dame vriendelijk te glimlachen naar elke klant, maar het vergde haar duidelijk meer en meer moeite: glimlachen, roeren in koffietje, glimlachen, drinken van koffietje, glimlachen, wachten op nieuw koffietje. En dat terwijl zowel zij als haar man in pijnlijke stilte werden aangegaapt door de zoveelste geek in de rij. Geeks die blijkbaar niet hetzelfde nerveuze “OH MY GOD!!!”-gevoel hadden als ik. Geeks die met de blik op oneindig leken aan te schuiven aan de kassa van Den Aldi.

De kerel achter me vroeg zich zelfs luidop af “Voor wie we hier eigenlijk aan het aanschuiven zijn?”.

Liam aan het werk. (Let op de opgerolde barbaar rechts)

“Gast!”, dacht ik… dit is Liam Sharp, tekenaar van Judge Dredd, Death’s Head, Man-Thing, Goth, Testament!… Liam Sharp, met z’n eigen uitgeverij Mam Tor!… Liam Sharp, die een echt vliegend vliegtuig heeft genomen om hier in ons pietluttige landje neer te strijken!… Liam Sharp, die onze nerdhartjes verblijt met zijn aanwezigheid op dit armetierige Gentse stripbeursje!… Liam Sharp, die er uitziet als Kratos, en tekent als een psychotische Rubens!… Liam Sharp, die nederdaalt uit De Hemelen Gods!… Liam Sharp, die… “OH MY GOD!!!”… plots voor me zat, en me afwachtend aankeek. Hij leek te schrikken toen ik wat onwennig m’n hand uitreikte en zei “Hi, erm… I’m… I’m Art.” “Hi Art, I’m Liam” antwoordde hij rechtstaand, en hij kneep m’n hand met een brede glimlach fijn. “Whazzat?” vroeg hij, en knikte naar het rolletje barbaar onder mijn arm. Ik legde hem uit dat ik niet wist hoe het hele schets-signeer-gebeuren werkte, en daarom maar voor een extraatje had gezorgd. Omkoopmateriaal. Geamuseerd keek hij toe hoe ik nerveus het blad openrolde (dat ondertussen verschrikkelijk begon te golven en kreukelen door mijn zweethanden). Zijn brede glimlach veranderde in een brede grijns terwijl zijn vrouw, Christina, achter zijn schouder meeloerde.

“That’s nice, innit luv?”

En een even brede grijns verscheen nu ook op mijn gezicht.

“So, erm… how are you both?” probeerde ik.

“I’m fine”, en hij wees knipogend naar een bol glas Trollenbier.

“Ghent’s really pretty”, voegde zijn vrouw Christina er aan toe.

Ze vertelde over hun rondvaart op de Leien… Hij over de prachtige middeleeuwse architectuur, het hotel en de Belgische keuken… Zij weer over de kinderen die bij de oppas bleven, en hoe vriendelijk de F.A.C.T.S.-crew toch was… Ik over mijn kinderen… Hij signeerde de Man-Thing-strips, en terwijl sprak hij over Marvel, over Man-Thing, over de ideëen die hij nog had voor die reeks, en waarom die nooit het daglicht zullen zien… Zij vertelde over hun studententijd, en de vroege 2000 A.D.-jaren… Ondertussen zette hij vlotjes een zwaardzwierende barbaar neer in mijn boek, en ging hij verder over zijn artistieke invloeden, over Mam Tor, over zijn toekomstplannen, over professionalisme en discipline… Ik dan weer over mijn grandioze gebrek aan professionalisme en discipline.

Hij keurde zijn barbaar (en keurde de mijne ook nog eens), schoof m’n stapeltje boeken terug naar mijn kant van het tafeltje, bedankte me voor de tekening en schudde me lachend de hand.
“Nice meeting you both” zei ik.
“It was real nice meeting you as well, Art… picture?” vroeg Christina terwijl ik haar hand schudde, en ze knikte naar het fotoapparaat dat tot nu toe nutteloos rond m’n nek had gebungeld.

Daar stond ik. Naast Liam Sharp. Boom van een kerel, supergetalenteerde artiest, sympathieke gast, comicpro.

Moet ik dom glimlachen? Of bewust een idiote smoel trekken? En wat met m’n handen? Naar beneden laten hangen? Pak ik Liam vast? Handje schudden? Duimen omhoog? Moet ik hem high-fiven? Schouders recht? Buik intrekken? Is dat mijn zweetluchtje dat ik ruik? WAT MOET IK IN GODSNAAM MET M’N HANDEN?… “KLIK!!!”

Liam Sharp en één of andere warrige weirdo die zich stoer houdt… en er maar niet in slaagt.

En dat was het.

Volgende klant a.u.b.

Maar Liam en Christina hadden me in elk geval niet het gevoel gegeven dat ik een klant was: ik was op audiëntie gegaan bij een neergedaalde god uit het comicpantheon, en ik had met die god mogen leuteren over koetjes en kalfjes! Ik vond mezelf zó stoer… maar niet heus: ik hield m’n gesigneerde boeken stevig vast als striprelikwieën, en dreef op wolkjes zoals één of andere Twilight-trees die net stevig was binnengedaan door Edward himself.

Ondertussen is dat “OH MY GOD!!!”-gevoel wat weggeëbd: de afstand tussen fan en idool wordt kleiner. Enkele jaren geleden ben ik in Brussel konijn met pruimen gaan eten met Ben Templesmith (30 Days Of Night, Fell, Wormwood…), heb ik op vraag van de F.A.C.T.S.-crew Steve Niles (30 Days Of Night, Criminal Macabre…) en Sarah Wilkinson (Topps sketchcards) naar Gent gekregen, en ik bezorgde hen het GSM-nummer van Kevin O’Neill (League Of Extraordinary Gentlemen…). Verleden jaar was ik zoals elk jaar op afspraak op F.A.C.T.S., maar nu aan de andere kant van de tekentafel. Ik had als gast een plekje gekregen in de Local Artist Alley, waar de halfgoden en lokale legendes zitten. En ik dus. Ik heb er non-stop getekend en ben haast niet van mijn stoel geraakt, net als de andere Local en Not-So-Local Artists. Soms lijkt het zelfs op… GASP!!!… professionalisme! Ik zweer dat ik zelfs iemand aan mijn tafel heb gehad die even nerveus was voor mij, als ik toen voor Liam Sharp was. (Of was dat dan tóch mijn zweetluchtje dat ik rook?)

Vergis je potverdekke niet. Dat ik aan de andere kant van dat tafeltje zit verandert niks aan de zaak. Ik blijf die nerd die mee in de rij staat aan te schuiven voor een krabbel, een handtekening, een foto, een snelle babbel. Ik had klamme handjes toen ik oog in oog stond met Aleksi Briclot, leek vast een randdebiel toen ik stond te stotteren tegen Clint Langley, en ik vraag me af of ik niet té lang de stoel monopoliseerde voor het gezamelijke tafeltje van Kristof Spaey en Steve Dupré. Zoals ik al zei: een warrige weirdo.

Na-TUUR-lijk heb ik ook een foto met de vaste F.A.C.T.S.-godinnen Puck en Tamara, allebei op hun knieën voor me, met hun handen wriemelend over m’n heldhaftige borstkas: Art Grafunkel, intergalactische Pimpmeister!

Heel stoer.

Maar niet heus.

‘Noeg Gezegd!

Puck en Tamara: The F.A.C.T.S. grrrlz. (fotografie Ron Van Rutten)

Comments

comments


Art Grafunkel

 
avatar
Creatief brein achter ‘Noeg Gezegd!