0
Posted 29/08/2011 by Arno in Comics
 
 

Review: Supergods van Grant Morrison


de UK-editie van het boek

And the idea of Superman is every bit as real as the idea of God” – Grant Morrison

Met citaten zoals deze is de toon onmiddellijk gezet voor Supergods: Our World in the Age of the Superhero (Engelse editie) of What Masked Vigilantes, Miraculous Mutants and A Sun God from Smallville Can Teach Us About Being Human (Amerikaanse versie, basistekst blijft echter hetzelfde). Neen, geen comic deze keer, maar een om en bij de 500 pagina’s tellend boek van Grant Morrison (All-Star Superman, Batman Inc., New X-Men). Hierin neemt de Schotse schrijver de geschiedenis van de superheld onder de loep, beginnende bij de eerste verschijning van Superman in Action Comics #1 uit 1938 en, vrij passend, eindigend bij de nieuwe Action Comics #1 in september, dewelke hij zelf zal schrijven als zijn bijdrage tot de DC relaunch. Zoals de meeste historici van comics, en vooral deze van superheldencomics, deelt Morrison de geschiedenis van het genre op in enkele tijdperken of Ages: The Golden Age (1938-1956, van Superman tot de revamp van de Flash met Barry Allen), The Silver Age (1956-eind jaren ’60, begin jaren ’70, van Barry Allen tot Marvels verdonkering van thema’s geïnspireerd door deze opheffende periode in de Amerikaanse geschiedenis), The Dark Age (wat zowel de Bronze als Iron Age inhoudt, jaren ’70-80-midden jaren ’90, van de authoriteitscrisis van ondermeer Green Lantern/Green Arrow tot het nihilisme van Watchmen en Dark Knight Returns en de gewelddadige anti-helden van Image in de jaren ’90) en ten slotte de huidige Renaissance Age (vanaf midden jaren ’90, wanneer ondermeer Astro City, Marvels en Kingdom Come superhelden terug omvormden tot ware, nobele helden en niet de grimassende soldaten waarvoor Image zo gekend was).

Hoewel Morrison een vrij overzichtelijke geschiedenis van de superheld aflevert, zet hij niet zomaar objectief historische feiten op een rijtje. Verwacht dus geen comprehensieve academische geschiedenis van het genre (of zelfs voetnoten en bronvermelding), maar eerder de persoonlijke visie van de schrijver op de archetypes, personages, verhaallijnen, artiesten en redacteurs die hun stempel drukten op elk tijdperk, en vooral op hemzelf. Zo komt Morrison er eerlijk voor uit dat hij de personages van DC, zijn huidige werkgever, mythischer en dus interessanter vindt dan deze van Marvel (alle illustraties van het boek zijn dus ook afkomstig van DC). Ook neemt hij geen blad voor de mond in zijn kritiek op collega’s zoals Alan Moore en Mark Millar, of van zijn door Marvel afgekeurde ideeën voor ondermeer New X-Men. Hierdoor komt hij, naar mijn mening, in zijn geschiedenis wel af en toe een tikkeltje arrogant over. Hij heeft met bijvoorbeeld Arkham Asylum, Animal Man, JLA en All-Star Superman zeker enkele mijlpalen op zijn naam staan, maar terwijl sommige andere mijlpalen uit het genre ontbreken (heel wat Marvel comics uit de jaren ’60 bijvoorbeeld), worden zelfs Morrison’s eigen iets meer obscure comics en concepten (Zenith, The Invisibles, The Filth, Doom Patrol) in grote mate vertegenwoordigd. Toch is zeker het laatste hoofdstuk over de Renaissance Age de moeite, vermits over dit tijdperk nog niet zo heel veel in academische kringen op papier werd gezet en Morrison ten slotte ook mede de periode vorm gegeven heeft.

De Amerikaanse versie met een cover uit All-Star Superman van Frank QuitelyMaar het grootste verkooppunt van Supergods is niet de geschiedenis van de superheld, maar deze van Grant Morrison zelf. Zijn verleden als comicslezer, en later schrijver, wordt naadloos verweven tussen de historische mijlpalen van zijn favoriete personages en collega’s. Dit levert een hoogstpersoonlijke kijk op de schrijver en enkele amusante seks-, drugs- en rock ‘n roll anekdotes. Morrison is heel eerlijk over zijn eigen puberteit en de rol die superheldencomics zoals Jack Kirby’s Fourth World en Adam Warlock als escapistische literatuur hierin speelden, en later over zijn eigen experimenten met allerhande psychedelische drugs. Soms las het boek deels als een superheldengeschiedenis, deels als een net iets bravere versie van Trainspotting.

Morrison legt, misschien mede dankzij deze trips, enkele interessante theorieën voort omtrent de superheld die zeer regelmatig opduiken in zijn werk. Het werkelijke bestaan van superhelden en hun werelden (zoals in Flex Mentallo, waarin superhelden, om onze wereld te redden, zelf tweedimensionele figuren in een comic moesten worden) of de soms haast goddelijke proporties die ze kunnen aannemen (zoals het tiende hoofdstuk van All-Star Superman waarin de man van staal onze wereld schept en dus in feite de positie inneemt van God). Voldoende aandacht wordt ook besteed aan de kracht van verhalen (Final Crisis), zijn eigen reizen in de superheldenwereld met een soort ‘comic avatar’ (Animal Man) en de relatie tussen het medium der comics en muziek (Morrison is immers zelf een gitarist en zijn punkbandverleden wordt eveneens uit de doeken gedaan). Zo vergelijkt hij de verschillende visies op Batman doorheen de jaren met een progressie van twaalf akkoorden: de structuur en kernelementen blijven constant, maar elke artiest speelt andere noten op een ander ritme.

De meest ophefmakende hallucinante trip (of kosmische openbaring, wie zal het zeggen?) is echter Morrisons uitvoerig beschreven ervaring in Kathmandu, Nepal. Hierin beweert hij uit ons universum getrokken te zijn geweest (al dan niet door zilveren buitenaardse wezens uit de vijfde dimensie) en gezien te hebben hoe alles in onze kosmos doorheen tijd en ruimte met elkaar verbonden is. Geloof er van wat je wil, maar zijn theorieën over pakweg het multiversum van DC worden er meteen een pak interessanter door.

Een andere, haast shamanistische ontmoeting vond plaats op de San Diego Comic Con van 1999, waar Morrison Superman zelf ontmoette en zijn inspiratie vond voor zijn latere verhalen rondom de man van staal. In feite draaide het hier om een schijnbaar zeer goede cosplayer die niet uit zijn rol viel, maar desalniettemin blijft het een interessante anekdote. Deze wordt in het boek gecontrasteerd met een hilarische beschrijving van een ietwat minder shamanistische ontmoeting met een dronken Bizarro cosplayer, die Morrison en co pas met rust liet nadat ze zijn eigen omgekeerde Bizarro-logica tegen hem wisten te gebruiken.

Het is dankzij theorieën en anekdotes zoals deze dat Supergods echt wel de moeite waard is om eens door te nemen. Als een loutere geschiedenis van de superheld en diens genre zijn er echter andere, betere boeken beschikbaar (zie ondermeer Peter Coogan’s Superhero, The Secret Origin of A Genre uit 2006, Bradford Wright’s Comic Book Nation uit 2001, of DK Publishing’s encyclopedische jaaroverzichten The Marvel Chronicle, 2008 en DC Comics Year by Year – A Visual History, 2010). Maar als een unieke kijk in het brein van Grant Morrison kent het boek geen gelijke.

Supergods schetst een zeer eerlijk, persoonlijk, soms ondeugend, soms arrogant, maar nooit ofte nimmer oninteressant portret van één van de meest besproken en populairste comicschrijvers van vandaag. Het boek (voorlopig enkel verkrijgbaar in hardcover) is te bestellen bij 

Comments

comments


Arno

 
avatar
I'm not locked in here with you. You're locked in here with me.