2
Posted 04/03/2011 by Peter Moerenhout in Comics
 
 

Interview – Nate Powell (Swallow Me Whole)

Nate Powell is een Amerikaans stripmaker met een uitgebreid palmares. De man maakt punkmuziek, heeft tal van stripboekjes uitgegeven in eigen beheer, schreef voor televisie en werkte als sociaal assistent met mensen met een verstandelijke beperking.

Powell brak door in Amerika met de strip “Swallow Me Whole”, die tal van prestigieuze prijzen weggekaapte en aan de lopende band vertaald wordt. Uitgeverij Sherpa bracht onlangs een Nederlandstalige versie uit: “Verzwelg me!”. Het boek brengt het verhaal van twee opgroeiende pubers die niet alleen te maken krijgen met dagdagelijkse groeipijnen maar ook met mentale stoornissen. Met één van hen, Perry, lijkt het de goede kant op te gaan. Zijn zus Ruth echter, glijdt langzaam af richting pure waanzin. Het is een vrij duister boek geworden, niet (of juist wel) bestemd voor gevoelige zielen.

Een breed uitwaaierend gesprek met een man die van vele markten thuis is.

Door Peter Moerenhout

—–

Nate, je maakt muziek en je maakt strips. Hoe ben je bij die specifieke disciplines terecht gekomen?

Ik ben strips beginnen maken rond 1990. Ik moet toen zo’n twaalf jaar oud geweest zijn. Ik maakte ze met een vriend van me en tegen 1992 begonnen we ons werk serieus te nemen en zelf te publiceren. Dat was op exact hetzelfde moment dat we onze eerste band oprichtten. De twee bestonden echter voor vele jaren helemaal gescheiden van elkaar.

Toen ik in mijn tienerjaren kwam evolueerde het stripmaken meer naar korte strips die ik integreerde in magazines die ik schreef en publiceerde. In die magazines stonden veel artikels over de punk rock en de subcultuur daar rond. Er was dus wel een relatie tussen de twee maar ze groeiden min of meer parallel met elkaar op.

Beïnvloed de ene discipline de andere? Misschien qua thematiek?

Tot vijf jaar geleden zat er in mijn strips vrij veel thematiek vanuit de punkcultuur: bands, het leven op tournee, enzovoort.

In termen van emotionele inhoud en de manier van overbrengen liggen de twee echter zeer ver uiteen. Ze zijn, wat die zaken betreft, bijna tegengestelden van elkaar.

Mijn stripwerk heeft de neiging om wat specifieker en concreter te zijn qua inhoud. De teksten die ik schrijf voor liedjes zijn vager en minder gedefinieerd.

Beiden zijn heel bevredigend om te doen omdat ze andere doeleinden hebben.

Je band “Universe” staat op Myspace onder het genre “trash-punk”. Voel je nog steeds de rechtgeaarde woede die vaak geassocieerd wordt met punkmuziek?

Zeker! Ik zou zelfs zeggen dat ik nu kwader ben dan ik ooit geweest ben. De inhoud van de songs van “Universe” is pessimistischer dan van gelijk welke van mijn voorgaande bands.

Ik heb met mijn vorige band “Soophie Nun Squad” drie keer opgetreden hier in Leuven en dat was een band met veel meer humor. Er kwamen ook kostuums aan te pas en we speelden met publieksparticipatie en zo. “Universe” is echter een band waarin ik me uitdruk over het verlies van jeugdige idealen en mijn perspectief op menselijke relaties. Ik zou die negatieve sfeer misschien niet noodzakelijk omschrijven als “woede”. Ik denk dat het meer om spijt en tristesse gaat.

Draait punk niet ook om de wil tot het veranderen van dingen? Kan dat niet als idealisme gezien worden?

Zeker. Idealisme is wat punk onderscheidt van gewone rock. In termen van stijl is punk het onderdeurtje van de muziek. Punk heeft niet echt normen qua stijl. Het gaat dus om iets meer. Om de inhoud.

Voor mij draait het om energie. Om het vinden van de energie om idealistisch te blijven. Het gaat om het zien van de wereld in een menselijk perspectief. En dat menselijke perspectief helpt je dan om te weerstaan aan zekere vormen van macht en controle die de maatschappij over ons uitoefent.

Michael Jackson en Justin Timberlake worden aangehaald als invloeden. Is dat een grapje?

Het is een beetje als grap bedoeld maar eigenlijk zouden veel van de baslijnen rechtstreekse afstammelingen kunnen zijn van die op Michael Jacksons album “Off The Wall”.

Het komt als een grapje over maar er zit een grond van waarheid in.

Je hebt ooit sketches geschreven voor een humorprogramma “Fun and Games”.

Dat was in de jaren 90 en met dezelfde mensen als waar ik muziek en strips mee maakte.

We hadden een kleine, lokale sketch show en we schreven, filmden, produceerden en acteerden allemaal om de beurt.

Je loopt blijkbaar hoog op met de “Do It Yourself” filosofie.

Als tiener is alles eigenlijk een kwestie van “Do It Yourself”. Als je iets wil verwezenlijken is het zeldzaam dat je echt hulp krijgt. Je vindt dus vanzelf manieren uit om dingen snel gedaan te krijgen.

Naarmate je ouder wordt en je ontdekt dat je nog altijd dingen zelf kan verwezenlijken, misschien zelfs nog beter, dan geeft dat een gevoel van opwinding. Een gevoel dat je je doelen zelf kan verwezenlijken als je dat wil.

Hebben het schrijven van die sketches en het acteren je geholpen in je ontwikkeling als stripmaker?

Even denken. In die tijd dacht ik daar niet echt over na. Die dingen stonden los van elkaar. De meeste van die sketches werden ter plaatse geschreven en in één dag opgenomen en ’s nachts monteerden we dan nog eens alles. Het heeft me dus waarschijnlijk wel geholpen om verhalen en scènes van punt A naar Z in goede banen te leiden.

Je moet schrappen wat niet past en overhouden wat essentieel is. Het heeft dus zeker invloed gehad op hoe ik met narratieven omga.

Je hebt als sociaal assistent gewerkt met volwassenen met een verstandelijke beperking. Had dat zijn wortels in idealisme?

Wel, mijn broer, Peyton, leidt aan autisme en nog een hele hoop andere beperkingen. Dat was de grootste invloed op die keuze.

Hij functioneert op een hoog niveau. Hij leeft en woont onafhankelijk en heeft een fulltime baan en zo. Maar mijn hele jeugd en leven werd natuurlijk zwaar beïnvloed door het feit dat Peyton mijn broer was.

Toen ik ongeveer twintig was kwam er een oude vriend van hem op bezoek en die vertelde me dat hij met mensen met een verstandelijke beperking werkte. Zijn ervaringen met Peyton hadden hem daartoe geïnspireerd. Ik realiseerde me toen dat ik een unieke kijk op dat soort zaken heb en dat ik heel geschikt zou zijn voor zo’n baan.

Ik ging er dan ook voor en het bleek dat ik er inderdaad echt goed in was. Het voelde ook zoveel beter aan dan gewoon werken in een restaurant of in een ijscrème bar.

Die job was heel divers en kon soms echt wel deprimerend en vermoeiend zijn. Een jaar en half geleden ben ik gestopt met die baan omdat ik kan leven van mijn werk als stripmaker. Ik ben heel dankbaar dat dat mogelijk is maar als ik ooit weer terug moet naar dat soort werk dan zou ik dat niet spijtig vinden. Het is een geruststelling dat dat nog steeds positief aanvoelt.

Pagina 1, Pagina 2, Pagina 3 »

Comments

comments


Peter Moerenhout

 
avatar
(Schrappen wat niet past): Stripscenarist / Neger / Alzheimer / Hoofdredacteur / Smeerkaas / Carnivoor / Muzikant / I Love-Hate Paris / The Red Rum Orchestra / Oorsmeer