Review: Neonomicon (Alan Moore)

Pin It Ph’nglui mglw’nafh Cthulhu R’lyeh wgah’nagl fhtagn. Het was de vrijdag voor Halloween. Tijdens...

Ph’nglui mglw’nafh Cthulhu R’lyeh wgah’nagl fhtagn.

Het was de vrijdag voor Halloween. Tijdens mijn wekelijkse bezoek aan de lokale comicshop viel mijn oog op Neonomicon: de bewerking van de horror van H.P. Lovecraft door Alan Moore en Jacen Burrows was eindelijk in beschikbaar in paperback! Dat kwam mooi uit, want de week erop stond deze site helemaal in het thema van het griezelfeest. Al gauw bleek echter dat ik er in het geheel niet in zou slagen om op tijd een recensie af te leveren. Dit boek was namelijk een harde dobber om te kraken, en het was een worsteling om mijn gedachten in een wat leesbare vorm (en zonder veelvuldig gebruik van krachttermen) op het virtuele papier te krijgen. Maar vandaag kan ik eindelijk mijn mening en het verslag van mijn leeservaring delen.

Een waarschuwing vooraf: als je gevoelig bent voor afbeeldingen en weergaven van seksueel geweld, laat dit boek dan links liggen. Het is schokkend en belooft op zijn minst een onprettige leeservaring voor wie het hier moeilijk mee heeft.

Neonomicon bundelt twee miniseries van uitgeverij Avatar: het tweedelige The Courtyard (eveneens apart verkrijgbaar) en de vierdelige titelreeks die het vervolg hierop vormt.

The Courtyard

The Courtyard is een adaptatie van het gelijknamige kortverhaal van Alan Moore, dat in 1994 verscheen in A Starry Wisdom, een verzameling verhalen geïnspireerd op het werk van H.P. Lovecraft. Het script voor de comic werd verzorgd door Antony Johnston voor tekenaar Jacen Burrows (Crossed). Alan Moore fungeerde als consulting editor voor de miniserie. Het verhaal is gebaseerd op The Horror at Red Hook. Een nogal vreemde keuze, aangezien het algemeen beschouwd wordt als één van Lovecrafts slechtste werken: een kortverhaal dat vooral fungeerde als vehikel voor het racisme van de auteur.

Alan Moore’s hoofdpersonage, Aldo Sax, is eveneens een volbloed racist, en een onsympathieke vent in het algemeen. Maar daarnaast is hij ook een bijzonder intelligente FBI-agent die in Red Hook (New York) een undercoveronderzoek voert naar een reeks seriemoorden. Gewapend met wat hij anomaly theory noemt, gaat hij op zoek naar de verborgen verbanden tussen de daders. Hij komt op het spoor van Johnny Carcosa, die de bezoekers en de bands van de nachtclub Club Zothique voorziet van Aklo — een drug, althans dat denkt Sax.

De ideeën waar Alan Moore in dit verhaal mee speelt sluiten aan bij zijn filosofie over magie (die hij uitgebreid uiteenzette in Promethea). Woorden en taal verlenen toegang tot vergeten dimensies en spirituele landschappen, door Jacen Burrows in beeld gebracht in enkele splash pages die doen denken aan de klassieke afbeeldingen bij de verhalen van Lovecraft. De tekst van het kortverhaal is grotendeels ongewijzigd overgenomen in deze adaptatie, en wordt gebruikt als interne monoloog. Het is moeilijk om de voice-over helemaal serieus te nemen:

Hypodermics crush underfoot, frosting the cobbles with glass in a scintillant Disney-dust. […] Cul-de-sac trashcan enclosures dab ghostfish and hornet-hung fruit on night’s pulse-points.”

Deze hopeloos foute neo-noir lijkt meer op een parodie, net als de speelse verwijzingen naar Lovecraft (de bands die optreden in Club Zothique heten The Yellow Sign en Ulthar Cats) en het waanzinnige gebral van de hoofdpersoon aan het einde van het verhaal.

Anthony Johnston liet Jacen Burrows werken met een onconventionele lay-out: twee verticale panelen die de pagina in de lengte doormidden snijden (met uitzondering van de splash pages). Wellicht was dit een poging om tegemoet te komen aan het vertelritme van de voice-over (i.e. Alan Moores proza). De lay-out dwingt Jacen Burrows echter tot ongewone en wisselende perspectieven, die bijdragen aan de bevreemdende sfeer. Toch worden de mogelijkheden van het stripmedium slechts hier en daar ook effectief benut: als het hoofdpersonage een nieuwe perceptie verwerft op het universum en tijd, keren voorgaande panelen terug in de vensters van gebouwen. De beelden uit de openingsscène keren ook terug aan het einde van het verhaal, waarbij je er hier pas achter komt wat er precies gebeurt (al is het van bij het begin gemakkelijk te raden, dus echt intrigeren doet de scène niet).

Preview van de zwart-wituitgave

Al bij al is het best een onderhoudend verhaal met een apart sfeertje. Liefhebbers kunnen zich amuseren met het spotten van verwijzingen naar HPL in de bizarre wereld van magie die aan het brein van Alan Moore is ontsproten.

Neonomicon

De titelreeks begint enkele maanden na de gebeurtenissen uit The Courtyard. Aldo Sax is opgesloten in een zwaarbewaakte psychiatrische instelling. Agenten Merril Brears en Gordon Lamper zijn belast met de voortzetting van het onderzoek. Een ondervraging van Sax levert hen niks op, want de man spreekt in een onbegrijpelijke taal. Door zijn stappen na te gaan, komen ze echter net als hij op het spoor van Club Zothique en Johnny Carcosa.

Dit eerste hoofdstuk is een goede start voor het verhaal, hoewel zeker niet feilloos. De dialogen waarin Merril haar overwonnen seksverslaving ter sprake brengt komen wat geforceerd over, en de woordspelingen in de teksten van de Ulthar Cats zijn meer dan een beetje onnozel. Alan Moore maakt hier echter goed gebruik van de eigenheden van het stripmedium. Zo ontvlucht Johnny Carcosa de FBI langs de goot (Alan Moore vermijdt het woord “gutter” en houdt het bij verschillende synoniemen). In dit hoofdstuk vindt ook het griezeligste moment uit het boek plaats. De scène boogt niet op bloed of geweld, maar wekt dreiging op door het verfijnde gebruik van perspectief door Jacen Burrows, en met tekeningen binnen de tekeningen: een andere realiteit binnen de realiteit van de protagonisten. Dit alles opnieuw binnen een rigide lay-out, in dit geval het “breedbeeldformaat” van vier horizontale panelen per pagina.

De griezeligste scène in Neonomicon

In het tweede hoofdstuk wordt duidelijk dat The Shadow Over Innsmouth de voornaamste inspiratie was voor deze miniserie. Een huiszoeking op het appartement van Johnny Carcosa leidt Brears en Lamper naar Salem, de stad waarop Lovecraft het fictionele Innsmouth baseerde. Alan Moore laat niet na om alle verwijzingen te expliciteren voor niet-ingewijden, tot vervelens toe zelfs. Merril Brears, die Lovecraft bestudeerd heeft aan de unief, merkt op dat de hele zaak één grote literaire grap lijkt te zijn. Tot op dit punt was dat ook grotendeels de inhoud van het verhaal. Dit hoofdstuk markeert jammer genoeg een keerpunt in het boek, en de verandering is niet ten goede.

Geïnspireerd door tv-series als The Wire koos Alan Moore ervoor om het verhaal te vertellen aan de hand van een FBI-onderzoek: de combinatie van horror en elementen uit police procedurals moest zorgen voor een realististische sfeer. Lovecraft trachtte hier zelf ook naar, en maakte daarom gebruik van fictieve krantenartikels, genealogische verslagen of wetenschappelijke studies in zijn verhalen. Helaas weten deze elementen hier niet te overtuigen: de manier waarop de FBI-agenten hun onderzoek voeren komt amateuristisch over. Ze lopen met open ogen in hun ongeluk…

Chapter 3: The Language at the Threshold

Bij wat volgt is een beetje achtergrond wellicht gewenst. Alan Moore schreef het scenario voor Neonomicon tijdens een erg sombere periode. De zoveelste ruzie met DC Comics (over ondermeer de eigendomsrechten op Watchmen) had hem gedesillusioneerd. Hij was ongelukkig en razend van woede. Bovendien zat hij ook in geldnood. Net op dat moment bood William Christensen, de EIC van Avatar Press, hem aan een vervolg te schrijven op The Courtyard. Hij benadrukte dat er geen restricties opgelegd zouden worden aan wat kon en niet kon. Niets gaat deze uitgeverij te ver: er wordt geen enkele vorm van censuur toegepast. Alan Moore lijkt daarvan gebruik gemaakt te hebben om zijn frustraties van zich af te schrijven.

Het resultaat is zijn meest misantropische werk, het zwartste dat hij ooit heeft geschreven (zo noemt hij het zelf. Hij voegt er zelfs nog aan toe dat hij het alleen maar zo omschrijft bij gebrek aan een donkerder kleur). Dit gegeven combineert zich hier met een thematiek die overvloedig aanwezig is zijn werk (in zoverre dat Grant Morrison het “een obsessie” noemde). In praktisch elk van de grote werken van Alan Moore komt verkrachting op de één of andere manier aan bod, vaak expliciet, soms subtekstueel (The Killing Joke) of als ter nauwer nood vermeden dreiging (V for Vendetta). De opzet en waarde van deze thematiek kan bediscussieerd worden, maar het feit is dat hij nog nooit zo ver ging als in Neonomicon. Merril Brears wordt gedwongen om deel te nemen aan een orgie. Niet minder dan tien grafisch expliciete pagina’s worden in de loop van het tweede en derde hoofdstuk aan de verkrachting van de FBI-agente gewijd. Het is een onprettige leeservaring. Deze scènes zijn gewoonweg gruwelijk. Griezelig is dit echter niet meer. Als hier spanning wordt opgebouwd, is het door wat we niet zien (in de point of view-shots van Merril, die haar contactlenzen niet inheeft. Iets wat bekomen wordt met een eenvoudige photoshopfilter).

Er is geen enkele reden om dit zo breed uit te smeren, tenzij je de lezer er murw mee wil slaan. Dat moet haast wel de bedoeling geweest zijn, want de scènes die erop volgen schieten door in komische overdrijving, maar je moet een cynicus zonder weerga zijn om het ook grappig te vinden. Daar komt nog bij dat Moore in de voorgaande pagina’s bijzonder de aandacht heeft gevestigd op Merrils worsteling met een seksverslaving, om haar dan op het einde van het verhaal te laten zeggen dat ze zich goed voelt over zichzelf en wat er gebeurd is, en dat haar zelfvertrouwen erdoor verbeterd is. Ik vind het moeilijk om dit te slikken. Bovendien heeft het de kwalijke geur van het oude horrorcliché van de seksueel actieve vrouw die bruut gestraft wordt voor haar gedrag.

Alan Moore expliciteert hier de seksuele ondertoon in de werken van Lovecraft, wiens verhalen overlopen van “onbenoembare rituelen” en het afzichtelijke hybride nageslacht dat daaruit voortkomt. Maar was die explicitering ook nodig? Ik vond er geen toegevoegde waarde in. Wie dit een intellectuele uitdaging noemt laat zich verblinden door de grote naam van de auteur. De enige uitdaging is afstand kunnen nemen van de aanslag op de zenuwen die Alan Moore hier pleegt. En in het laatste hoofdstuk bezondigt hij zich opnieuw aan een cliché: de antagonisten komen gewelddadig en bloederig aan hun einde. Het is al te goedkoop om de vreselijke verkrachtingsscène te gebruiken als rechtvaardiging voor deze genoegdoening.

"... your anunciation, Mary."

Toegegeven, Neonomicon bevat een aantal interessante ideeën. De terugkeer van Cthulhu wordt aangekondigd en Alan Moore geeft R’lyeh, de plaats waar de god wacht en droomt, een nieuwe invulling. De aanwijzingen voor de interpretatie van de gebeurtenissen zijn verstopt in de tekst en de tekeningen (met name de openingspagina die, net als in The Courtyard, aan het einde herhaald wordt). De speelse wijze waarop Alan Moore deze aanwijzingen verstopt in de dialogen en in het dierlijke gegrom van de Deep One, staat in schril contrast met de hierboven besproken scènes. Het vraagt een aandachtige lezing en wat ontcijferwerk, en de meeste lezers zullen daar begrijpelijkerwijs de moeite niet meer voor kunnen opbrengen. Eerlijk gezegd: als ik mezelf niet verplicht had tot deze recensie, was ik er hoogstwaarschijnlijk ook niet aan begonnen.

Neonomicon is een bizarre mix van interessante ideeën, een hoop Lovecraftiaanse in-jokes en een maar half geslaagde misdaadthriller. Door het extreem grafische geweld, dat op geen enkele manier gerechtvaardigd wordt door het verhaal, is het een grotendeels onaangename ervaring. Ik kan dit boek enkel aanraden als je een onvoorwaardelijke fan van Alan Moore en een grote liefhebber van Lovecraft en de Cthulhu Mythos bent, met een hoge tolerantiedrempel voor gruwelijk expliciet geweld.

En als u me nu wil excuseren: ik ga Cthulhu Saves the World spelen.

Neonomicon – Alan Moore & Jacen Burrows (HC)
Neonomicon – Alan Moore & Jacen Burrows (TPB)
Alan Moore’s The Courtyard – Antony Johnston & Jason Burrows
The Courtyard Companion
Discussieer mee over dit Artikel op het forum

Gerelateerde berichten